1. Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van ouderdom van de vordering. Bij vorderingen die langer dan 1 jaar openstaan wordt een verliesvoorziening gevormd van 50% van de vordering, bij vorderingen die langer dan 2 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 100%.
2. Bij vorderingen groter dan € 1.000,-- wordt de oninbaarheid per post beoordeeld.
3. Voor openstaande vorderingen betreffende sociale zaken wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van de hiervoor door het college vastgestelde beleidsregels.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening Krimpenerwaard 2022