In deze afdeling wordt verstaan onder:
de wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet;
kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is;
speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder b, van de wet;
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt geëxploiteerd.
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de speelautomatenhal wordt geëxploiteerd.
beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben in de speelautomatenhal;
hoogdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichtingen: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;
weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen
Hoofdstuk 2. › Afdeling 6.
Artikel 2:32
Definities
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas