Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 2.

Artikel 2:6

Evenementenvergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Openbare Orde & Veiligheid Gemeente Horst aan de Maas

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.. Bij de indiening van de vergunningaanvraag wordt gebruik gemaakt van een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier. 3.. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 4.. In afwijking van artikel 1:7, tweede lid van deze verordening geldt dat de aanvrager een vergunning als bedoeld in het eerste lid: Bij een A-evenement acht weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt dient aan te vragen. Als een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend minder dan acht weken vóór het tijdstip waarop de opbouw van het evenement plaatsvindt, kan de burgemeester besluiten de aanvraag te weigeren. Bij een B-evenement twaalf weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt dient aan te vragen. Als een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend minder dan twaalf weken vóór het tijdstip waarop de opbouw van het evenement plaatsvindt, kan de burgemeester besluiten de aanvraag te weigeren. Bij een C-evenement zestien weken vóór het tijdstip waarop het evenement plaatsvindt dient aan te vragen. Als een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend minder dan zestien weken vóór het tijdstip waarop de opbouw van het evenement plaatsvindt, kan de burgemeester besluiten de aanvraag te weigeren. 5.. De burgemeester kan categorieën van evenementen aanwijzen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt, maar alleen een melding hoeft te worden gedaan. 6.. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding als bedoeld in het vijfde lid besluiten een niet vergunningsplichtig evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 7.. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een evenement weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel