(artikel 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22, lid 4 Leerplichtwet)
**1..** Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de medewerker leerplicht/RMC contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet.
**2..** De medewerker leerplicht/RMC volgt het advies van de onderwijsinspectie.
**3..** Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de medewerker leerplicht/RMC de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
**4..** Binnen vier weken nadat de ouders op de hoogte zijn gesteld, onderzoekt de medewerker leerplicht/RMC of de ouders hun kind bij een school hebben ingeschreven dan wel of een grond voor vrijstelling aanwezig is. Als dat niet het geval is wijst de medewerker leerplicht/RMC de ouders op de verplichting hun kind in te schrijven bij een school in de zin van de Leerplichtwet.
**5..** Als de ouders hun kind niet binnen vier weken op een school heeft ingeschreven en er geen sprake is van een vrijstelling dan maakt de medewerker leerplicht/RMC die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie.
Artikel 13.
Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet
Onderdeel van Regionale ambtsinstructie leerplicht/RMC gemeente Oirschot 2019