Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Ter voorkoming van gevaar voor verkeer op de weg

Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Lingewaard 2022

Een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg komt te liggen: op een plaats waar door de uitweg de verkeersveiligheid in gevaar komt; aan een gebiedsontsluitingsweg. Een uitweg op een gebiedsontsluitingsweg dient op een parallelweg aan te sluiten, mits deze parallelweg aanwezig is; op of nabij een rotonde; op en binnen 5,00 meter van een kruising of splitsing van wegen (zie bijlage 1: tekening C); op of nabij een voetgangersoversteekplaats; op of nabij een bushalte; op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages; op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto wanneer tegenover de beoogde uitweg een voertuig van 2 meter breed geparkeerd wordt; op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetpad uitkomt en dat pad moet worden bereden om vanaf de rijbaan voor autoverkeer het perceel te bereiken; op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden; op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg op de weg/voetpad/fietspad onvoldoende is om de uitweg veilig te kunnen gebruiken. Bij twijfel controleert de gemeente de zichtbaarheid; op een plaats die tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een nutsvoorziening en/of ander object dient te worden verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het object is met de eigenaar; op een plaats waar de uitweg en de bestemming (het privé-terrein) niet als zodanig duidelijk herkenbaar zijn vanaf de openbare weg. Dit blijkt dan vooral uit materiaalkeuze en uitvoering.

Rechtspraak bij dit artikel