Een uitweg wordt geweigerd indien de uitweg komt te liggen:
op een plaats waar door de uitweg de verkeersveiligheid in gevaar komt;
aan een gebiedsontsluitingsweg. Een uitweg op een gebiedsontsluitingsweg dient op een parallelweg aan te sluiten, mits deze parallelweg aanwezig is;
op of nabij een rotonde;
op en binnen 5,00 meter van een kruising of splitsing van wegen (zie bijlage 1: tekening C);
op of nabij een voetgangersoversteekplaats;
op of nabij een bushalte;
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages;
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto wanneer tegenover de beoogde uitweg een voertuig van 2 meter breed geparkeerd wordt;
op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetpad uitkomt en dat pad moet worden bereden om vanaf de rijbaan voor autoverkeer het perceel te bereiken;
op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan worden;
op een plaats waar het zicht vanaf de uitweg op de weg/voetpad/fietspad onvoldoende is om de uitweg veilig te kunnen gebruiken. Bij twijfel controleert de gemeente de zichtbaarheid;
op een plaats die tot gevolg heeft dat straatmeubilair of een nutsvoorziening en/of ander object dient te worden verplaatst, terwijl er in de nabije omgeving geen geschikte alternatieve locatie voor genoemde objecten voorhanden is en/of er geen overeenstemming tot verplaatsing van het object is met de eigenaar;
op een plaats waar de uitweg en de bestemming (het privé-terrein) niet als zodanig duidelijk herkenbaar zijn vanaf de openbare weg. Dit blijkt dan vooral uit materiaalkeuze en uitvoering.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Ter voorkoming van gevaar voor verkeer op de weg
Onderdeel van Uitwegenbeleid gemeente Lingewaard 2022