Aan-huis-verbonden bedrijf
Een bedrijf, in of bij een woning, dat door een inwoner (met eventueel enkele medewerkers) wordt uitgeoefend en is gericht op het vervaardigen van (ambachtelijke) producten. Onder het vervaardigen van producten wordt verstaan: het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken, herstellen of installeren van goederen en/of het leveren van diensten. Deze mogen niet krachtens een wet vergunning- of meldingplichtig zijn. En de woning moet in overwegende mate de woonfunctie behouden en een uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. In bijlage 2 zijn de beroepen en bedrijven opgenomen die in ieder geval vallen onder de definitie aan-huis-verbonden bedrijven.
Aan-huis-verbonden beroep
Een dienstverlenend beroep dat, in of bij een woning, door een inwoner (met eventueel enkele medewerkers) wordt uitgeoefend. De woning moet in overwegende mate de woonfunctie behouden en een uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. In bijlage 2 zijn de beroepen en bedrijven opgenomen die in ieder geval vallen onder de definitie aan-huis-verbonden beroepen.
Achtertuin
Tuingedeelte dat zich tussen de achtergevel en de achterste erfgrens bevindt (zie bijlage 1: tekening B).
Bedrijf
Een inrichting/instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen of het bedrijfsmatig verlenen van diensten.
Aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven worden hieronder niet begrepen.
Bijzondere hoekwoning
Hoekwoning waarbij ten minste twee zijden van het erf grenzen aan de openbare ruimte en dus twee voor-gevelrooilijnen heeft (zie bijlage 1: tekening A).
Binnen de bebouwde kom
Alle percelen binnen de komgrenzen van de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet).
Buiten de bebouwde kom
Alle percelen buiten de komgrenzen van de bebouwde kom (in de zin van de Wegenverkeerswet).
Erftoegangsweg
Een weg die bedoeld is om verkeer uit te wisselen, zowel op wegvakken als op kruispunten. Erftoegangswegen komen zowel binnen als buiten de bebouwde kom voor. Op deze wegen geldt meestal een maximumsnelheid van 30 km/h binnen de bebouwde kom of 60 km/h buiten de bebouwde kom.
Gebiedsontsluitingsweg
Een weg die de verbindende schakel is tussen een stroomweg en de erftoegangswegen. Op de wegvakken vindt alleen stromen plaats, op de kruispunten uitwisseling. Voor gebiedsontsluitingswegen geldt een maximale snelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom en 80 km/h buiten de bebouwde kom.
Gecombineerde uitweg
Een uitweg die twee percelen ontsluit.
Groeiplaats
De ondergrondse (wortelpakket) en bovengrondse ruimte (stam en kroon) van een boom, die deze in zal nemen bij het volledig uitgroeien van de boom.
Nieuwbouwlocatie
Locatie waar nieuwe bouwwerken worden opgericht en waar in opdracht van de gemeente nieuw openbaar gebied wordt aangelegd.
Omgevingsvergunningplichtige boom
Boom van een dermate grote omvang of met een dermate lange toekomstverwachting dat voor het kappen hiervan een omgevingsvergunning vereist is.
Openbare parkeerplaats
Plaats op straat (openbaar) waar je een motorvoertuig kunt/mag parkeren. Dit kunnen gemarkeerde vakken zijn maar ook niet gemarkeerde delen van de weg gelegen aan de linker- of rechter kant van de rijweg in de lengterichting langs een trottoirband.
Openbare weg
Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. (Zie artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994).
Privé parkeerplaatsen direct grenzend aan de openbare weg
Parkeerplaatsen die direct grenzen aan de openbare weg, behorende bij aan-huis-verbonden bedrijven of –beroepen of bij bedrijven.
Stroomweg
Een weg die bestemd is om veel verkeer te verwerken en het verkeer door te laten stromen met zo min mogelijk oponthoud. De stroomweg is bij voorkeur ongelijkvloers met een snelheid van minimaal 100 km/h.
Uitweg
Rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid tussen een privéterrein of eigendomsgrens van een perceel en de verharding van een voor het openbaar verkeer openstaande weg. Vaak door middel van een in-/uitritconstructie. Voorbeelden van privéterreinen zijn:
particulier erf (woning);
bedrijfsterrein;
privé parkeerplaatsen (zoals garageboxen);
parkeerterrein (fysiek afgesloten)
Onder een uitweg verstaan we ook de begrippen inrit, oprit of uitrit. Ook een smalle uitgang van het perceel via een tuinpoort, een voetpad of opening in de afrastering of haag van het perceel valt onder dit begrip.
Verharding
Het deel van de weg waar het verkeer direct overheen rijdt en bestaat uit een gesloten (bijv. asfalt), open (bijv. klinkers), half-verhard (bijv. grond, puin) of onverhard (bijv. zand) oppervlak.
Voorgevelrooilijn
Een denkbeeldige lijn waarvan de ligging is vastgelegd in het bestemmingsplan. De voorgevelrooilijn is de lijn waarop doorgaans de voorgevel van de woning wordt geplaatst. Soms ligt de voorgevelrooilijn voor de voorgevel van de woning. Op dat moment is de woning dus niet op de voorgevelrooilijn, maar daarachter gebouwd (zie bijlage 1: tekening B).
Voortuin
Tuingedeelte dat zich tussen de voorgevel(rooilijn) en de openbare ruimte bevindt (zie bijlage 1: tekening B).
Waardevolle boom
Iedere gemeentelijke boom en particuliere bomen die de status ‘waardevolle boom’ hebben.
Woonrijp maken
Het afwerken van openbare delen van een bouwterrein voor uiteindelijk gebruik. Het betreft het aanbrengen van voorzieningen op of in het maaiveld. Woonrijp maken vindt plaats aan het einde of na afronding van de bouwactiviteiten.
Zijtuin
Tuingedeelte dat zich tussen de woning bevindt vanaf de zijgevel tot aan de openbare ruimte (zie bijlage 1: tekening B).