• Het project dient te voldoen aan het bepaalde in artikel 2.9 van de Omgevingsverordening 2018 van de provincie Zeeland, zie kader 2.
• De gemeente Veere biedt echter minder ruimte voor nieuwe zonneparken dan wordt geboden op grond van deze bepaling. Daarom hanteert de gemeente de volgende aanvullende criteria als het gaat om de gevallen als bedoeld in het tweede lid van artikel 2.9 van de provinciale omgevingsverordening.
o De term ‘ruimtelijk ondergeschikt’ in de gevallen a t/m d houdt in dat het zonnepark in elk geval nooit groter mag zijn dan het bebouwd oppervlak of bouwvlak ten behoeve waarvan het zonnepark wordt gebouwd.
o Onder de term ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt door de gemeente Veere verstaan de bebouwde kom van de dorpen en steden, zoals indicatief weergegeven op figuur 2.2. Terreinen voor verblijfsrecreatieterreinen vallen hier niet onder.
o In het geval van een zonnepark grenzend aan een dorp of stad (a), of bedrijventerrein (c) wordt het zonnepark zo gesitueerd dat het enkel aan de rand van de dorp, stad of bedrijventerrein wordt gesitueerd. Hierbij geldt expliciet de ‘nee, tenzij’-benadering van paragraaf 2.4 voor bouwen op landbouwgronden en de eis van een goede landschappelijke inpassing van paragraaf 2.5.
o In het geval van een zonnepark wordt gerealiseerd op gronden die zijn bestemd voor infrastructuur, nutsvoorzieningen, stortplaatsen, water en een concentratielocatie voor windenergie (e) biedt de gemeente Veere enkel ruimte voor projecten die grenzen aan bestaande zonneparken en op Neeltje-Jans, inclusief de voormalige werkhavens (f).
o Bij grootschalige infrastructuur (e) wordt uitsluitend medewerking verleend voor het overkappen parkeerterreinen met zonnepanelen.
Kader 2: artikel 2.9 Omgevingsverordening Zeeland 2018
Figuur 2.2 Indicatieve begrenzing weergegeven in rood en oranje van ‘bestaand stedelijk gebied’
(kaart 19, paragraaf 8.5, van het Omgevingsplan Zeeland 2018)
Hoofdstuk
Artikel 2.2
Voldoet aan de provinciale verordening
Onderdeel van Beleidskader Zon op Land Veere