De zomer van 2021 heeft opnieuw laten zien dat buien in omvang en hevigheid toenemen. Alle bebouwing die wordt aangelegd of vernieuwd, draagt in toenemende mate bij aan de wateroverlastproblemen bij deze heftige buien. Het is een grote opgave om voldoende bergingscapaciteit te realiseren voor de opvang van deze buien. De gemeente kan dat niet alleen, want een groot deel van de stad bestaat uit particulier oppervlak. Iedere perceeleigenaar of gebruiker, dus zowel bij nieuwbouw als sloop/herbouw, zal een bijdrage aan de bergingsopgave moeten leveren. De verplichting tot waterberging bij nieuwbouw voorkomt dat bestaande wateroverlastproblemen verergeren.
De bergingsopgave moet sowieso gerealiseerd worden. Als er een omgevingsvergunning voor afwijken van de bergingseis wordt verleend, verbindt het college daar altijd een financieel voorschrift aan waarmee de realisatie van de bergingseis wordt “afgekocht”. Dit houdt in dat de gemeente de aanleg en het onderhoud van de vereiste waterberging overneemt, tegen een kostendekkende vergoeding. De ontvangen bijdragen uit deze financiële voorschriften worden toegevoegd aan het waterbergingsfonds. Het college draagt er zorg voor dat met dit waterbergingsfonds de benodigde waterberging wordt gerealiseerd in de omgeving van de betreffende nieuwbouw of sloop/herbouw. Dit is geregeld in de Verordening waterbergingsfonds Vlaardingen. Die verordening bepaalt ook hoe hoog het bedrag is dat per m3 te realiseren waterberging moet worden betaald.
Aan het realiseren van waterberging op eigen terrein zijn kosten verbonden, zowel bij aanleg als in onderhoud. Die kosten zijn in het algemeen acceptabel in verhouding tot de maatschappelijke opbrengst (minder kans op schade) en in verhouding tot de kosten die sowieso aan nieuwbouw of sloop/herbouw zijn verbonden. Het kan zijn dat de kosten die de perceeleigenaar of gebruiker moet maken hoger zijn dan het compensatiebedrag dat is opgenomen in de Verordening waterbergingsfonds. Dit is op zichzelf geen reden om een omgevingsvergunning voor het afwijken van de waterbergingseis te verlenen. Het uitgangspunt is immers dat de perceeleigenaar en gebruiker zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van het hemelwater op het perceel. Hoe meer het college moet compenseren, hoe duurder het in de praktijk zal worden, zodat het compensatiebedrag voor toekomstige ontwikkelingen steeds groter wordt. Realisatie van de waterberging op eigen terrein zorgt ervoor dat de kosten voor de door het college overgenomen verplichtingen tot realisatie van waterberging binnen de perken blijven.
Waterberging op eigen terrein is op veel manieren te realiseren. Perceeleigenaren of gebruikers zijn niet altijd op de hoogte van de mogelijkheden. Om hen daarbij te helpen, stelt de gemeente een inspiratieboek (of handboek) op. Met dit instrument visualiseert de gemeente technische oplossingen en toont de gemeente aan dat realisatie van een waterberging van 60 liter per m² in Vlaardingen haalbaar is. Dit inspiratieboek of handboek laat ook zien welke oplossingen er zijn in lastigere omstandigheden, zoals kavels met relatief kleine omvang of een slecht doorlatende ondergrond.
In principe is het technisch altijd mogelijk om de vereiste waterberging te realiseren. Bepaalde omstandigheden kunnen wel leiden tot hogere kosten. Hierbij valt te denken aan:
het ontwerp, bijvoorbeeld wanneer ontwerpkeuzes strijdig zijn met het aanbrengen van waterberging;
beperkte fysieke ruimte, met name bij inbreidingen of sloop/herbouw in een dichtbebouwd gebied, waardoor relatief dure technische voorzieningen nodig zijn; of
stedenbouwkundige eisen of beschermde stadsgezichten, waardoor bijvoorbeeld geen platte daken kunnen worden toegepast.
De perceeleigenaar of gebruiker moet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning onderbouwen welke technische mogelijkheden diegene heeft onderzocht en wat de kosten daarvan zijn. Daarbij dient ook een aanpassing van het ontwerp te zijn onderzocht. Vanaf de inwerkingtreding van de verordening verwacht de gemeente van iedere perceeleigenaar of gebruiker dat er in het ontwerp van de ontwikkeling rekening wordt gehouden met de waterbergingseis. Als dat niet is gebeurd, moet het ontwerp worden aangepast. De kosten die het gevolg zijn van de aanpassing van het ontwerp (“terug naar de tekentafel”) worden niet meegenomen bij de beoordeling van de kosten van de waterberging. De ontwerper had immers bij voorbaat rekening moeten houden met deze eisen aan het ontwerp.
Het college beoordeelt deze onderbouwing en kan alternatieve technische oplossingen aandragen die nog niet zijn onderzocht, of advies inwinnen over de aangeleverde kostenschatting. Een aanvraag waarin redelijkerwijs in de beschouwing te betrekken technische mogelijkheden ontbreken, of een aanvraag met een kostenschatting waarvan de juistheid valt te betwijfelen, wordt afgewezen.
Als de meerkosten van de technische oplossingen inderdaad onredelijk hoog zijn, kan het college overgaan tot het verlenen van de omgevingsvergunning. Als maatstaf voor onredelijk hoge kosten wordt het afkoopbedrag uit de Verordening waterbergingsfonds gehanteerd, vermenigvuldigd met een factor 2. Uitgangspunt is dat de omgevingsvergunning slechts voor een deel van de vereiste waterberging wordt verleend. Het is vrijwel altijd mogelijk om een deel van de vereiste waterberging wel tegen acceptabele kosten te realiseren op particulier terrein. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend voor het deel van de vereiste waterberging dat alleen tegen onredelijke kosten kan worden gerealiseerd. Voor dat deel wordt een financiële voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. Voor die “afkoopsom” zal het college het resterende deel van de vereiste waterberging realiseren en onderhouden.
De afweging over het al dan niet verlenen van de omgevingsvergunning voor afwijken van de bergingseis is dus in essentie een financiële afweging. Mogelijk zullen perceeleigenaren of gebruikers ook andere argumenten aandragen ter onderbouwing van de aanvraag, bijvoorbeeld:
vrees voor muggen of ander ongedierte;
twijfel over de effectiviteit of doelmatigheid van waterberging op particulier terrein; of
verminderd gebruiksgenot van de buitenruimte of verminderde toegankelijkheid van de kruipruimte.
Deze argumenten zijn geen grond om de omgevingsvergunning te verlenen.
Artikel 4.
Beoordeling aanvraag afwijken compenserende waterberging
Onderdeel van Beleidsregel omgevingsvergunningen op grond van de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen