Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3

Investeringen die vallen onder de accommodatieregeling

Onderdeel van Specifieke beleidsregels 2022 behorend bij de Algemene subsidieverordening Opmeer 2019

Het betreft hier voorzieningen die sporttechnisch gezien absoluut onmisbaar worden ervaren voor het bedrijven van de sport. Hierbij kan gedacht worden aan kosten van nieuwbouw, uitbreiding, verbouw en eerste inrichting van accommodaties en in sommige gevallen voor aanschaf en vervanging van bepaalde materialen. De normen zullen veelal door de respectievelijke sportbonden worden voorgeschreven. Dit zijn de volgende voorzieningen: Bij buitensportverenigingen: kleedaccommodaties met genormeerde afmetingen, incl. toiletten en wasruimten, scheidsrechtersruimten en (CV)berging. Alleen de hulpmiddelen, die in de goedkoopste uitvoering meer dan € 1.000,- bedragen, komen voor deze regeling in aanmerking; jeugddoelen die nodig zijn voor jeugdwedstrijden, mits dit niet eerder is dan een normale afschrijvingsperiode (minimaal 10 jaar). Bij binnensportverenigingen: duurzame hulpmiddelen: de toestellen en apparatuur (niet behorende tot de onderwijsnorm) die meer dan € 1.000,- kosten. n.b.: een aanvrager die een voorziening aanbrengt m.b.v. de accommodatieregeling in een particuliere huisvesting dient aan het navolgende te voldoen. Met de eigenaar dient een overeenkomst te worden aangegaan, dat de aanvrager gedurende tenminste 5 jaar gebruik maakt van de voorziening, tenzij dit onmogelijk is buiten de schuld van de eigenaar en aanvrager. Het college kan de accommodatieregeling toepassen op door het college goedgekeurde investeringskosten. Daarbij wordt maximaal 1/3 van de investeringskosten uitgekeerd in een bijdrage à fonds perdu en maximaal 1/3 van de investeringskosten in de vorm van een renteloze lening.

Rechtspraak bij dit artikel