Het college zal op basis van artikel 2 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2019 ter nadere invulling en aanvulling van artikel 10 van de Algemene Subsidieverordening 2019 geen subsidie verlenen aan:
Activiteiten die discriminerend zijn, in strijd zijn met de algemeen geldende normen en goede zeden of gericht zijn op verspreiding van partijpolitieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen;
(Nieuwe) activiteiten of nevenactiviteiten gericht op de gemeenschap of op doelgroepen waarin al op andere wijze is voorzien;
Sponsoring van organisaties of individuele natuurlijke personen.
Subsidiering van activiteiten (mede) georganiseerd door commerciële organisaties is alleen mogelijk voor zover deze activiteiten geen winstoogmerk hebben en bijdragen aan de realisatie van minimaal één van de gemeentelijke doelstellingen uit het gemeentelijk beleid. De subsidieverlening mag niet leiden tot ongewenste precedentwerking en/of oneerlijke concurrentie t.a.v. andere commerciële organisaties met een vergelijkbaar aanbod.
Tenzij dat duidelijk is opgenomen in de beleidsregels voor de betreffende subsidie wordt er geen subsidie verleend voor de volgende kosten:
Kosten van artikelen bestemd voor de verkoop, kosten van buffetexploitatie en kosten van acties en activiteiten met het doel inkomsten te verwerven;
Kosten van consumpties, maaltijden, traktaties en rookartikelen;
Kosten van geschenken, attenties, e.d.;
Vergoeding voor overwerk;
Kosten in verband met afschrijving, schade, vergunningen, leges, verrekenbare BTW;
Kosten van financiële en materiële bijstand;
Overige uitgaven die naar het oordeel van het college niet voor subsidie in aanmerking komen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.3
Nadere invulling weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene regels 2022 behorend bij de Algemene subsidieverordening Opmeer 2019