Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1

Artikel 7.1.1

Subsidieregeling Natuurbeheer (SN 2000)

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma Landschapsontwikkelingsplan Groene Driehoek gemeente Lopik, Montfoort en Oudewater

De subsidieregeling Natuurbeheer vormt een onderdeel van het Programma Beheer (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) en wordt uitgevoerd door LASER. Doelgroep Het belangrijkste voor deelname aan de regeling is, dat degene die aanvraagt beheerder is. Dat wil zeggen dat deze eigenaar of erfpachter (met een erfpachtcontract voor tenminste 25 jaar) is van het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Als gemeente, of samenwerkingsverband met in de meerderheid gemeenten (volgens de Wet gemeenschappelijke regelingen), kan deelgenomen worden aan de SN, indien het terrein waarvoor de subsidie aangevraagd wordt in het bestemmingsplan als ‘bos- of natuurterrein’ is gedefinieerd. Daarnaast wordt verplicht dat bij overdracht (verkoop, verpachting) het eigendomsrecht van het terrein het eerst aangeboden wordt aan het Bureau beheer landbouwgronden. Als gemeente, of samenwerkingsverband met in de meerderheid gemeenten kan alleen beheersubsidie en inrichtingssubsidie aangevraagd worden. Subsidie wordt niet verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen (uitgezonderd gemeenten), waterwinbedrijven of beheerders van een terrein dat eigendom is van een waterwinbedrijf, behalve wanneer de beheerder erfpachter is van het terrein, met een duur van de overeenkomst van tenminste 25 jaar, Staatsbosbeheer, behalve wanneer de beheerder erfpachter is van het terrein, met een duur van de overeenkomst van ten minste 25 jaar, Beheerders van terreinen met de volgende gebruikstitels komen niet in aanmerking voor subsidie: kort durende, eenmalige en teeltpacht; grondgebruikverklaring (wordt afgegeven door Bureau Heffingen); Tijdelijk gebruik in het kader van de Landinrichtingswet, pacht los land, kleiner dan één hectare. Subsidiemogelijkheden Bij een aantal subsidievormen is het gebiedsplan dat door Gedeputeerde Staten van een provincie is vastgesteld van belang voor de bepaling of u voor subsidie in aanmerking komt. Er zijn drie soorten gebiedsplannen: het natuurgebiedsplan, het landschapsgebiedsplan en het beheergebiedsplan. De provincie integreert deze drie vormen overigens soms samen in één document; een integraal gebiedsplan. Het beheergebiedsplan is specifiek voor het agrarisch natuurbeheer. Het natuurgebiedsplan en landschaps- gebiedsplan zijn van belang voor de SN. In het gebiedsplan is onder meer beschreven welke natuur ontwikkeld mag worden in bepaalde gebieden en waar subsidie voor de in standhouding van landschaps- elementen gegeven kan worden. Subsidie functieverandering kan worden verstrekt ten behoeve van terreinen die begrensd zijn in een Natuurgebiedsplan (NGP). Het pakket dat u wilt ontwikkelen dient te zijn opgenomen in het betreffende NGP. De Subsidieregeling natuurbeheer 2000 (SN) kent vijf subsidievormen: Beheersubsidie, Recreatiesubsidie, Landschapssubsidie, Inrichtingssubsidie, Subsidie functieverandering. 1Beheersubsidie Beheersubsidie wordt verleend voor de in standhouding van een zogenaamd beheerpakket. Elk beheerpakket beschrijft welke plant- en/of diersoorten in het terrein voorkomen en welke terreinkenmerken op het terrein van toepassing zijn. De beheerpakketten beschrijven ook de verplichte beheermaatregelen. Binnen de beheerpakketten wordt onderscheid gemaakt tussen basis- en pluspakketten. Voor pluspakketten is een extra natuurkwaliteit vereist. Hierbij worden meer beheerinspanningen gevraagd. Voorbeelden van basispakketten zijn: ‘bos’, ‘heide’ en ‘hoogveen’. Daaraan gekoppelde pluspakketten zijn bijvoorbeeld: ‘natuurbos’, ‘soortenrijke heide’ en ‘levend hoogveen’. Beheersubsidie wordt verleend voor zes jaar (één tijdvak). Beheersubsidie wordt over het algemeen niet getoetst aan een provinciaal gebiedsplan. Het terrein moet kosteloos opengesteld worden voor het publiek en dit moet door middel van borden kenbaar gemaakt worden. Soms geldt een beperking in veebezetting. Het minimaal aan te vragen subsidiebedrag voor de voor de SN bedraagt 170 euro per jaar. Voor een uitbreidingsaanvraag geldt een minimaal aanvraagbedrag van 50 euro per jaar. Het subsidiebedrag wordt per hectare vastgesteld. 2Recreatiesubsidie Recreatiesubsidie wordt verleend voor het in stand houden van de recreatieve functie van het terrein. De hoogte van de recreatiesubsidie is een vast bedrag per hectare per jaar. Recreatiesubsidie wordt verleend voor dezelfde periode als de beheerssubsidie (combinatie). 3Landschapssubsidie Landschapssubsidie wordt verleend voor de in standhouding van landschapselementen die liggen in terreinen met de hoofdfunctie natuur. De subsidiëring vindt plaats met een zogenaamd landschapspakket. Voorbeelden van landschapspakketten zijn poelen, singels en houtwallen. Landschapssubsidie wordt verleend voor zes jaar (één tijdvak). Landschapssubsidie is mogelijk indien: Het landschapselement in een begrensd gebied ligt en subsidiëring is toegestaan door het gebiedsplan of, Het landschapselement in een bestaand bos- of natuurterrein ligt, dat niet is begrensd. Op een zelfde oppervlakte kunt u niet voor meerdere landschapspakketten subsidie ontvangen. De combinatie beheerspakket met landschapspakket op dezelfde oppervlakte is voor enkele pakketten toegestaan. Om in aanmerking te komen voor landschapssubsidie moet u gedurende het gehele tijdvak voldoen aan een aantal voorwaarden en verplichtingen, zoals: Het element in stand houden conform de omschrijving in het pakket; De beheersmaatregelen van het pakket uitvoeren; Voldoen aan de oppervlakte eisen van het pakket. Publiekrechtelijke rechtspersonen zoals gemeenten, komen niet in aanmerking voor landschapssubsidie. Landschapselementen op erfpercelen en in tuinen komen niet in aanmerking voor subsidie. De hoogte van de subsidie wordt op dezelfde wijze berekend als de beheerssubsidie. U wordt, afhankelijk van het pakket, betaald per hectare, het aantal strekkende meters of het aantal stuks. 4Inrichtingssubsidie Inrichtingssubsidie wordt verleend voor de aanleg van bos, de inrichting van een natuurterrein of de aanleg van landschapselementen. Inrichtingssubsidie is bedoeld voor het financieren van eenmalige maatregelen die de fysieke conditie van het terrein of de terreinkenmerken wijzigen of voor beheersmaatregelen, die ervoor zorgen dat het gewenste beheer- of landschapspakket gerealiseerd kan worden. Dit kan uiteraard ook een combinatie van pakketten zijn. Inrichtingssubsidie kunt u aanvragen als de terreinen liggen binnen de begrenzing van een gebiedsplan en indien dit plan de omvorming of ontwikkeling van het aangevraagde beheerspakket of landschapspakket toestaat. Na de inrichting van het terrein, moet voor minstens vijf jaar het beheer- of landschapspakket in stand gehouden worden. Inrichtingssubsidie ten behoeve van de ontwikkeling van een beheer- of landschapspakket wordt verstrekt voor maximaal een tijdvak (zes jaar). De terreinen die ingericht worden, komen gedurende de inrichtingsperiode overigens niet in aanmerking voor recreatiesubsidie. 5Subsidie functieverandering Als u landbouwgrond blijvend omvormt tot natuur of bos, heeft dit veelal een waardedaling van de grond tot gevolg. De subsidie functieverandering beoogt dit verschil te compenseren. De waardevermindering wordt bepaald op basis van een taxatie per perceel. De taxatie wordt verricht door DLG. De getaxeerde waardedaling wordt uitbetaald door de stichting Nationaal Groenfonds, nadat de kwalitatieve verplichting en een financieringsovereenkomst zijn ondertekend. Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van de ontwikkeling van een beheerspakket. Indien u subsidie functieverandering aanvraagt, kunt u ook tegelijkertijd inrichtingssubsidie aanvragen. Indien u de landbouwgrond omvormt, zullen inrichtingsmaatregelen immers vaak noodzakelijk zijn. De oppervlakte van het terrein moet overeenkomen met de eisen uit het beheerspakket. Als er subsidie functieverandering wordt verleend, wordt het terrein bos en/of natuur, mag u het terrein nooit meer gebruiken voor de uitoefening van de landbouw en mag u geen activiteiten verrichten die de ontwikkeling of in standhouding van het beheerspakket in gevaar brengen. Erfpachters met een erfpachtcontract van tenminste 25 jaar moeten voor het aangaan van functieverandering goedkeuring hebben van de eigenaar.

Rechtspraak bij dit artikel