Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Gronden om een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op te heffen

Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaats op kenteken

1.. Het college heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op verzoek van degene voor wie de gehandicapten parkeerplaats op kenteken is aangewezen. 2.. Het college heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op als degene aan wie de parkeerplaats is aangewezen: is verhuisd; is overleden; niet meer werkzaam is bij het bedrijf waarbij de parkeerplaats is aangevraagd; niet meer beschikt over een geldig rijbewijs; niet meer beschikt over een geldige Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor Bestuurders; niet meer de houder is van het voertuig waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats is aangevraagd; 1.. Het college heft een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op als het bedrijf waarbij de parkeerplaats is aangevraagd, is verhuisd of is opgehouden te bestaan. 2.. De houder van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken dient een wijziging in de omstandigheden waaronder de gehandicaptenparkeerplaats is aangevraagd binnen 2 weken door te geven aan de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel