**1..** De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 juncto artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten.
**2..** Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
**3..** Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.
**4..** Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.
**5..** Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van Veiligheidsregio Zeeland.
**6..** Het besluit tot opheffing van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten, Gedeputeerde Staten en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
**7..** Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
**8..** De drie bestuursorganen van Veiligheidsregio Zeeland blijven ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.
**9..** Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van “in liquidatie”, zodat het opschrift komt te luiden: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021 i.l.”.
HOOFDSTUK 12:
Artikel 31:
Opheffing en liquidatie
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021