Om de nu relatief beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ te vergroten, staan de gemeenten toe dat in de schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’, grond met maximaal de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ mag worden toegepast (zie kaartbijlage 5A en 5B).
De kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is gelijk of beter aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Wonen/Industrie). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op.
De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingswaarden (zie § 4.6.1, tabel 4.4, blz. 40/84).
De Lokale Maximale Waarde voor schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ is voor de bodemlaag 0,0-2,0 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (LMW3).
De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingswaarden (zie § 4.6.1, tabel 4.4, blz. 40/84).
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.4
Lokale Maximale Waarden toepassen grond op schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ (alle gemeenten, bodemlaag 0,0-2,0 m-mv; LMW3)
Onderdeel van Nota Bodembeheer