Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.8

Lokale Maximale Waarden betere bovenafdichting oude stortplaatsen (alle gemeenten; LMW7)

Onderdeel van Nota Bodembeheer

Op het grondgebied van de gemeenten is sprake van oude stortplaatsen58Zie hiervoor de website van de provincie Noord-Holland: https://maps.noord-holland.nl/.. De bovenafdichting van een aantal stortplaatsen is of wordt in de toekomst mogelijk onvoldoende. Het toepassen van grond “als bovenafdichting voor een stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor mens, plant of dier als gevolg van contact met het onderliggende materiaal” wordt binnen het Besluit als een nuttige toepassing gezien (artikel 35 onderdeel c). De toe te passen grond moet voldoen aan het (toekomstige) bodemgebruik. De gemeenten willen de mogelijkheden voor het nuttig toepassen van vrijgekomen grond met de kwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ vergroten door deze toe te passen op stortplaatsen waar de bovenafdichting onvoldoende is. Omdat de stortplaatsen in het buitengebied en in woongebieden zijn gelegen, voldoet de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ niet altijd aan de toepassingseis ter plaatse (in de regel ‘Wonen’ of ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden - AW2000)’). Daarom stellen de gemeenten onder de volgende voorwaarden Lokale Maximale Waarden vast: alleen voor oude stortplaatsen waarvan de bovenafdichting onvoldoende is, mag grond met maximaal de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ of ‘Industrie’ worden gebruikt ter eenmalige verbetering (het voldoende op dikte brengen) van de bovenafdichting. Grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ mag worden gebruikt alleen in combinatie met het aanbrengen van een minimaal 0,5 meter dikke afdeklaag (LMW7). De kwaliteit van de afdeklaag moet voldoen aan het (toekomstige) bodemgebruik. Als de stortplaats in een gebied ligt met de bodemfunctie Wonen of Industrie, dan moet de grond in de deklaag voldoen aan de kwaliteitsklasse Wonen of beter. Maar veelal is dat landbouw. Daarom worden de Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag afgestemd op de LAC2006-waarde59Overschrijding van de LAC2006-waarde houdt in dat de kans op problemen voor de agrarische functie niet verwaarloosbaar wordt geacht en dat nader onderzoek gewenst is om na te gaan of zich daadwerkelijk nadelige effecten voordoen. 60Onderbouwing LAC-2006 waarden en overzicht van bodem-plant relaties ten behoeve van de Risicotoolbox, een overzicht van gebruikte data en toegepaste methoden, Alterra-rapport 1442, OSSN 1566-7197, 2007.. Als de LAC2006-waarde hoger ligt dan de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’, dan wordt deze laatste norm gehanteerd. Als de LAC2006-waarde lager ligt dan de AW2000, dan wordt de AW2000 gehanteerd. De Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag zijn in tabel 4.3 gespecificeerd (LMW7). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingswaarden (zie § 4.6.1, tabel 4.4, blz. 40/84). Bij het toepassen van en werken met verontreinigde grond moet de veiligheidsklasse conform de CROW publicatie 40061CROW publicatie 400 'Werken in en met verontreinigde bodem', december 2017. door de veiligheidskundige van de grondroerder worden bepaald (zie ook § 4.18). De Lokale Maximale Waarde voor een betere bovenafdichting van oude stortplaatsen is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (LMW7). Voorwaarden hierbij zijn: Nadat de bovenafdichting voldoet aan de gestelde eisen, vervalt de Lokale Maximale Waarde ‘Industrie’. In combinatie met de bovenafdichting moet een afdeklaag worden gerealiseerd van minimaal 0,5 meter dikte met een kwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen in gebieden met de bodemfunctie Wonen of Industrie. Voor gebieden die in gebruik zijn voor landbouw moet de kwaliteit voldoen aan de LAC2006-waarden dan wel de maximale waarden voor de functie ‘Wonen’ (zie tabel 4.3). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingswaarden (zie § 4.6.1, tabel 4.4, blz. 40/84). Tabel 4.3: Specificatie Lokale Maximale Waarden voor de afdeklaag (minimaal 0,5 meter) op een verbeterde bovenafdichting van een voormalige stortplaats (gehalten in mg/kg ds bij standaard bodem: lutum 25% en organisch stof 10%) Stof Norm AW2000 Wonen LAC200662 Betreffen LAC2006-waarden voor “Beweid grasland”. LMW zand klei veen zand klei veen Barium - - - - Cadmium 0,6 1,2 1 2 2 1 1,2 1,2 Kobalt 15 35 - - - 35 Koper 40 54 3063Waarde voor beweid grasland./5062 3063/8064 Waarde voor veevoer op basis van norm in gewas. 3062/8056 40/5063 40/54 40/54 Kwik 0,15 0,83 2 2 2 0,83 Lood 50 210 150 150 150 150 Molybdeen 1,5 88 - - - 88 Nikkel 35 39 15 50 60 35 39 39 Zink 140 200 150 660 720 150 200 200 PCB138 0,02 0,04 0,1/0,2 0,04 PCB153 0,02 0,04 0,1/0,2 0,04 PAK (som10) 1,5 6,8 3,4 3,4

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel