In de volgende situaties wordt ervan uitgegaan dat de huisgenoot geen gebruikelijke hulp biedt of kan bieden:
a. De huisgenoot is overbelast of dreigt te worden overbelast. Deze overbelasting moet worden aangetoond. Dit kan bijvoorbeeld door het overleggen van een verklaring van Zeeuwse Zorgschakels of door een medisch specialist.
b. De huisgenoot heeft beperkingen en mist de kennis/vaardigheden om gebruikelijke hulp uit te voeren en kan deze vaardigheden niet aanleren.
c. De cliënt heeft een zeer korte levensverwachting;
d. De huisgenoot is regelmatig niet aanwezig, vanwege activiteiten elders met een verplichtend karakter;
e. Er is naar het oordeel van het college sprake van bijzondere omstandigheden. Hieronder wordt in ieder geval de stapeling van zorgtaken verstaan.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 4.2
Uitzonderingen op het bieden van gebruikelijke hulp
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Veere 2022