**1..** Voor bijzondere bijstand geldt dat het inkomen niet meer mag bedragen dan 110% van de geldende bijstandsnorm.
**2..** Voor de verlening van bijzondere bijstand wordt het inkomen boven 110% van de relevante bijstandsnorm volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
**3..** Indien er sprake is van zowel draagkracht uit vermogen als uit inkomen, wordt eerst de draagkracht uit vermogen aangesproken.
**4..** Het gedeelte van het inkomen waarop beslag is gelegd, wordt door het college gezien als inkomen waarover niet redelijkerwijs kan worden beschikt en telt derhalve niet meer voor de draagkrachtberekening.
**5..** Indien de bijzondere bijstand betrekking heeft op ondersteuning voor levensonderhoud, dan wordt het inkomen boven 100% van de relevante bijstandsnorm volledig als draagkracht in aanmerking genomen.
**6..** De in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet genoemde middelen worden niet tot het inkomen gerekend.
**7..** Voor de vaststelling van het voor de draagkracht in aanmerking te nemen inkomen, kan het college rekening houden met zogenaamde buitengewone uitgaven die ten laste van de belanghebbende komen.
**8..** Als er sprake is van wisselende inkomsten, dan wordt op basis van loonstroken of uitkeringsspecificaties over de afgelopen drie maanden, het gemiddelde inkomen berekend.
**9..** In het geval van draagkrachtberekening van een 18 tot en met 20 jarige in een inrichting wordt uitgegaan van (110% van) de norm conform artikel 23 lid 1 en 2 van de Participatiewet, exclusief vakantietoeslag.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 2:
Artikel 3
– Draagkracht in inkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Gilze en Rijen