Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 2:

Artikel 5

– Vermogen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Gilze en Rijen

1.. Voor de verlening van bijzondere bijstand nemen we het vermogen dat hoger is dan de vermogensgrens uit artikel 34 Participatiewet als draagkracht in aanmerking. 2.. Indien er sprake is van vermogen in de woning en de gevraagde (bijzondere) bijstand beperkt blijft tot een bedrag van € 2.500,00 op jaarbasis, dan kan deze bijstand ‘om niet’ worden verstrekt en blijft de vaststelling van het vermogen binnen de woning buiten beschouwing. 3.. De in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet genoemde middelen worden niet tot het vermogen gerekend. 4.. De in artikel 34 lid 2 van de Participatiewet genoemde middelen worden niet tot het vermogen gerekend. 5.. De gemeentelijke vrijlating op de lopende rekening is ook van toepassing voor bijzondere bijstand. 6.. De gemeentelijke vrijlating van de afkoopwaarde van een uitvaartverzekering is ook van toepassing op de bijzondere bijstand. 7.. Voor personen vanaf de pensioengerechtigde leeftijd rekenen we een reservering van € 4.988,00 voor de kosten van een begrafenis of crematie niet tot het vermogen, als er geen dekkende uitvaartverzekering is. 8.. Het zakelijk vermogen van zelfstandigen wordt buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel