Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Vaststelling duur en hoogte van de maandelijkse aflossingsverplichting bij belanghebbende die geen recht hebben op een uitkering krachtens de Participatiewet, IOAW of IOAZ

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2022

Van niet bijstandsgerechtigden wordt maandelijks een terugbetaling van 5% vereist van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, vermeerderd met 25% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Ten aanzien van niet bijstandsgerechtigden met een fraudevordering wordt maandelijks een terugbetaling van 5% vereist van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, ver-meerderd met 50% van het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het aflossingsbedrag, zoals vermeld in het terug- en invorderingsbesluit, geldt als een op-gelegde betalingsverplichting. Als de belanghebbende niet voldoet aan de opgelegde terugbetalingsverplichting is de vordering dan wel het restant van de vordering alsnog direct ineens opeisbaar.

Rechtspraak bij dit artikel