Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Uitzonderingen voortvloeiende uit de jurisprudentie

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2022

In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b vordert het college een door haar na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte uitke-ring niet terug, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht heeft geschonden. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een dusdanige fout, dat het college op grond daarvan actie zou moeten ondernemen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder b beperkt het college de terug-vordering tot het bedrag dat te veel aan bijstand zou zijn verstrekt, had belanghebbende wel aan de inlichtingenplicht voldaan, als sprake is van intrekking van het recht op bijstand over een langere periode omdat belanghebbende over de gehele periode in beperkte mate beschikte over in aanmerking te nemen vermogen. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder c ziet het college af van brutering als sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het ka-lenderjaar waarop deze betrekking heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel