Het maandelijkse aflossingsbedrag van een leenbijstand wordt bepaald op:
5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag bij bijstandsgerechtigden;
5% van het inkomen tot aan de van toepassing zijnde bijstandsnorm en toeslag, ver-meerderd met 25% van het inkomen, ten aanzien van niet bijstandsgerechtigden, als dit meer bedraagt dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Het college kan tot kwijtschelding van de lening besluiten aan de in lid 1 onder a of b ge-noemde belanghebbende als deze gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplich-ting heeft voldaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Aflossing en kwijtschelding leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2022