Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Twenterand 2022

1.. Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6, tweede lid van de Wmo 2015 opgenomen voorwaarden. De cliënt dient daarvoor een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: hoe de cliënt zelf of met hulp van iemand uit het sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb te ontvangen; welke voorziening de cliënt met het pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; hoe de cliënt een keuze maakt voor een geschikte aanbieder; op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt; op welke wijze de cliënt de aanbieder aanstuurt in de praktijk; op welke wijze de inzet van de voorziening wordt gecontroleerd; op welke wijze de cliënt een contract aangaat met de aanbieder; de wijze waarop het pgb beheerd en georganiseerd gaat worden door de de cliënt of pgb-beheerder en/of vertegenwoordiger, waarbij rekening gehouden wordt met de kennis en vaardigheden die een de cliënt of pgb-beheerder en/of vertegenwoordiger moet bezitten om een pgb te kunnen beheren. Alle vaardigheden zijn omschreven in bijlage 2 van deze verordening. 2.. Het pgb wordt niet besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 3.. Het pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. 4.. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de cliënt het pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 5.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de Wmo 2015 verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 6. . Iedere 6 maanden vindt er een evaluatiegesprek plaats tussen de cliënt en/of diens pgb-beheerder en de aanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel