De doelstelling van het OAB is dat ieder kind, ongeacht zijn of haar sociaal economische afkomst, zijn of haar potentie ten volle kan benutten. Deze doelstelling valt in de praktijk uiteen in twee componenten:
Het voorkomen en bestrijden van absolute leer- en ontwikkelachterstanden (m.n. taalachterstanden) bij kinderen met een achterstandspositie en zo onderpresteren ten opzichte van hun potentie voorkomen.
Het bevorderen van gelijke onderwijsloopbaanmogelijkheden (naar potentie) voor leerlingen met een minder gunstige achtergrond (relatieve achterstanden).