Op een lid van een dagelijks bestuur zijn de artikelen 11, 36b, 41b en 41c, eerste lid van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Dit met uitzondering van hetgeen in artikel 36b, onder l, van de Gemeentewet is bepaald. Daarbij wordt voor ‘wethouder’ gelezen: ‘voorzitter of lid van het dagelijks bestuur’ en in het tweede lid van artikel 36b, 41b en 41c, eerste lid, wordt voor ‘raad’ gelezen: ‘bestuurscommissie’.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 2
Artikel 47:
onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties leden dagelijks bestuur
Onderdeel van Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022