Naar hoofdinhoud

Artikel 20.

Vervoersvoorziening

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2022 gemeente Leeuwarden

Om te bepalen of een Vervoersvoorziening voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen: 1.. aard van de beperking: de bewoner heeft als gevolg van zijn beperking belemmeringen in het zich zelfstandig buitenshuis verplaatsen op korte en/of langere afstanden. 2.. vervoersbehoefte: De bewoner heeft ten behoeve van zijn zelfredzaamheid en participatie een zelfstandige vervoersbehoefte voor korte en/of langere afstand en kan hiervoor vanwege zijn beperking geen gebruik maken van algemene (gebruikelijke) voorzieningen, zoals een (elektrische)fiets, brommer of scooter, auto en/of het openbaar vervoer. De gebruikskosten van een (eigen) auto zijn tevens algemeen gebruikelijk. Uitgangspunt is dat volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar een zelfstandige vervoersbehoefte hebben. Kinderen jonger dan 5 jaar hebben geen zelfstandige vervoersbehoefte, omdat de ouders hen kunnen meenemen zonder dat een voorziening hoeft te worden getroffen. Kinderen van 5 tot en met 11 jaar hebben in beginsel ook geen zelfstandige vervoersbehoefte, zij worden bij het zich verplaatsen bijna steeds begeleid door de ouders. 3.. vorm van de vervoersvoorziening: Op basis van de vervoersbehoefte en de aard van de beperking van de bewoner wordt bepaald welke voorziening of welke combinatie van voorzieningen het meest passend is. We kennen de volgende vervoersvoorzieningen: bijzondere fiets: Een bijzondere fiets is een vervoersvoorziening die voorziet in een vervoersbehoefte in de directe omgeving van de eigen woning. Een bijzondere fiets is een aan de beperking van de bewoner aangepaste fiets, zoals een driewielfiets. Fietsen die algemeen verkrijgbaar zijn worden als algemeen gebruikelijke voorziening beschouwd. Daarmee worden in elk geval de volgende fietsen als algemeen gebruikelijke voorziening beschouwd: fiets met lage instap, ligfiets, spartamet, elektrische fiets, tandem, bakfiets, fietskar en aanhangfiets. scootmobiel: Een scootmobiel is een vervoersvoorziening die voorziet in een vervoersbehoefte in de directe omgeving van de eigen woning. Deze vervoersvoorziening kan indien nodig gecombineerd worden met collectief lokaal vervoer. Om te bepalen of een scootmobiel voor de bewoner een passende voorziening is en welke scootmobiel passend is, worden de volgende aspecten gewogen: Is er sprake van een blijvende loopbeperking, met een maximale loopafstand van minder dan 500 meter, waardoor voor vrijwel iedere verplaatsing buitenshuis een vervoersvoorziening noodzakelijk is. Is het fysiek mogelijk om gebruik te maken van een andere vervoersvoorziening voor korte afstand, zoals een (elektrische) fiets of spartamet, scooter of bromfiets. De kosten voor de aanschaf en het gebruik van deze voorzieningen zijn algemeen gebruikelijk. Is er sprake van een anti-revaliderend effect bij verstrekking van een scootmobiel. Kan de bewoner zonder begeleider zelf zijn bestemming bepalen en vinden. Is de bewoner bestand tegen de weersinvloeden gedurende het jaar. Er wordt geen schootskleed verstrekt. Kan de bewoner in- en uitstappen en heeft de bewoner een goede zitbalans. Kan de bewoner de scootmobiel bedienen en besturen. Wat is de goedkoopst adequate voorziening. Afhankelijk van de vervoersbehoefte en de beperking van de bewoner wordt beoordeeld wat de goedkoopst adequate scootmobiel is en daarmee ook welke maximum snelheid en actieradius volstaat. Indien de bewoner een duurdere scootmobiel wenst, betaalt de bewoner het meerdere zelf.. Is er een mogelijkheid om een scootmobiel afgesloten te kunnen stallen met laadmogelijkheid of is deze te realiseren. De kosten van de voorziening. De kosten van service, onderhoud en reparatie maken onderdeel uit van de verstrekking van de voorziening, tenzij de schade als gevolg van verwijtbaar gedrag of nalatigheid is ontstaan. De kosten voor de reparatie van de voorziening als gevolg van verwijtbaar gedrag of nalatigheid zijn voor rekening van de bewoner zelf. De kosten van het opladen van een scootmobiel worden beschouwd als algemeen gebruikelijke kosten en zijn voor rekening van de bewoner zelf. collectief lokaal vervoer: collectief lokaal vervoer is een vervoersvoorziening die voorziet in een vervoersbehoefte voor korte of langere afstanden. Indien de bewoner een indicatie heeft kan de bewoner een vervoerspas voor het collectief lokaal vervoer krijgen, waarmee tegen een lager tarief kan worden gereisd. Zonder indicatie kan de bewoner ook van het collectief lokaal vervoer gebruik van maken, maar is dan het marktconform tarief verschuldigd. Om te bepalen of collectief lokaal vervoer voor de bewoner een passende voorziening is, worden de volgende aspecten gewogen: voorwaarden: Een bewoner komt alleen in aanmerking voor een indicatie collectief lokaal vervoer indien de bewoner vanwege zijn beperking: niet in staat is om gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals een (elektrische)fiets, spartamet, brommer of scooter, ongeacht of de bewoner deze al in eigendom heeft én geen gebruik kan maken van een eigen auto of een auto van derden uit het sociaal netwerk én niet in staat is om (met begeleiding) gebruik te maken van het openbaar vervoer niet in staat is om lopend of met een verplaatsingsmiddel de dichtstbijzijnde bushalte van vertrek of aankomst te bereiken en/of de wachttijd voor het instappen te overbruggen en/of zelfstandig in en uit te stappen omdat de bewoner is aangewezen op een niet aangepaste bushalte/bus én een andere vervoersvoorziening onvoldoende toereikend is voor de vervoersbehoefte van de bewoner. vervoersgebied: Het vervoersgebied is in principe maximaal 25 kilometer vanuit het woonadres.Indien het collectief lokaal vervoer de vervoersbehoefte onvoldoende compenseert, zal beoordeeld worden of naast of in plaats van deze voorziening een andere voorziening verstrekt moet worden. Het verstrekken van een indicatie voor collectief lokaal vervoer buiten het vervoersgebied gebeurt slechts wanneer een bewoner een belangrijk contact net buiten het vervoersgebied heeft dat noodzakelijk is om vereenzaming te voorkomen.. Indien de bewoner zonder indicatie reist buiten het vervoersgebied betaalt de bewoner hiervoor het marktconform tarief. Voor vervoer buiten het vervoersgebied kan de bewoner gebruik maken van Valys (landelijke vervoersaanbieder). omvang: De omvang (vervoersbundel) voor het collectief lokaal vervoer wordt op maat, in de vorm van een vervoersbundel, vastgesteld op basis van de aard van de beperking, de vervoersbehoefte en het gebruik van andere vervoersvoorzieningen, met in principe een maximum van 1500 kilometer per jaar; Indien een bewoner ook een scootmobiel als vervoersvoorziening verstrekt krijgt, is de omvang van het collectief vervoer in principe maximaal 750 kilometer.. aanvullende indicaties: mede afhankelijk van de aard van de beperking kan een extra aanvullende indicatie verstrekt worden. Er zijn een aantal beperkingen, die specifieke vereisten aan het vervoer(smiddel) stellen, deze zijn: vervoer met rolstoel of scootmobiel, een begeleider op (medische) indicatie, ondersteuning van kamer-tot kamer vervoer (i.p.v. van deur-tot-deur vervoer), individueel vervoer, een plaats voorin (i.v.m. wagenziekte), extra beenruimte of een assistent-hond.. Een indicatie voor ‘Individueel vervoer’ kan worden afgegeven indien gelijktijdig vervoer met anderen tot een onaanvaardbaar hoog gezondheidsrisico voor de bewoner leidt, vanwege een psychische aandoening of door ziekte of behandeling sterk verminderde weerstand of ernstige (long)aandoening. Individueel vervoer kan alleen ingezet worden op basis van een medische indicatie. Een indicatie voor ‘een begeleider op (medische) indicatie’ kan worden afgegeven indien een begeleider noodzakelijk is om mogelijke gevaarlijke situaties voor de bewoner, de chauffeur of overige passagiers tijdens de rit te voorkomen. Indien de bewoner al een indicatie heeft voor een OV-begeleiderspas (van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) wordt altijd beoordeeld of een aanvullende indicatie nodig is voor het lokaal vervoer, zoals een indicatie van kamer-tot-kamer of begeleider op medische indicatie. De begeleider op (medische) indicatie reist gratis mee op een ‘vervoerspas met begeleiding’. Zonder (medische) indicatie kan een begeleider ook gebruik maken van het vervoerssysteem, maar dan is een bijdrage per rit verschuldigd. Kinderen kunnen ook meereizen tegen een gereduceerd tarief. PGB lokaal vervoer: Indien de bewoner vanwege de aard van de beperking geen gebruik kan maken van het collectief lokaal vervoer, ook niet als deze een extra indicatie ontvangt voor individueel vervoer of begeleider op medische indicatie, en een ander verplaatsingsmiddel ook onvoldoende toereikend is voor de vervoersbehoefte, is een PGB lokaal vervoer als meer passende maatwerkoplossing mogelijk. Het vervoersgebied (25 km vanuit het woonadres) en de wijze waarop het de omvang van het aantal kilometers op jaarbasis wordt vastgesteld is bij een PGB lokaal vervoer gelijk aan collectief vervoer in natura. Indien partners beiden in aanmerking komen voor een PGB lokaal vervoer, wordt de omvang mede bepaald op basis van het gedeelte dat samenvalt. . autoaanpassing: Indien de bewoner aangewezen is op een eigen auto als vervoersmiddel én er als gevolg van de beperking van de bewoner een autoaanpassing naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk is, kan deze als voorziening verstrekt worden. Een autoaanpassing wordt niet preventief verstrekt. Om te bepalen of de bewoner in aanmerking komt voor een autoaanpassing, worden de volgende aspecten gewogen: Een andere vervoersvoorziening biedt geen passende oplossing. (algemeen gebruikelijke voorziening of een maatwerkvoorziening als een bijzondere fiets, scootmobiel of collectief vervoer) Het gebruik van de eigen auto is vanwege de aard van de beperking noodzakelijk voor het zich lokaal kunnen verplaatsen . De bewoner of ouder/verzorger van een jeugdige waar de autoaanpassing voor bestemd is, is eigenaar en/of bestuurder van de auto. Er is sprake van meerkosten ten opzichte van de periode voordat de beperkingen ontstonden. Een autoaanpassing is de goedkoopst adequate oplossing. De te maken kosten van de autoaanpassing staan in redelijke verhouding tot het gebruik, de geldigheidsduur van het rijbewijs, de verwachte levensduur en technische staat van de auto. Indien een auto ouder is dan acht jaar en er meer dan 75.000 kilometer mee is gereden, is een technische keuring van de auto door een onafhankelijke instantie (bijvoorbeeld de ANWB) nodig om te kunnen beoordelen of de aanpassing nog verantwoord is. Algemeen gebruikelijke autoaanpassingen: Een aantal autoaanpassingen zijn algemeen gebruikelijk, zoals stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, automatische versnelling, een auto met hoge instap, een (verstelbare) autostoel met een goed zitcomfort en/of zithouding. Van de bewoner wordt verwacht dat bij de aanschaf van een auto rekening heeft gehouden met de op dat moment aanwezige of voorzienbare beperkingen en daarbij voldoende aandacht heeft besteed aan de genoemde algemeen gebruikelijke mogelijkheden. De afstand van het vervoer. De gemeente heeft een compensatieplicht voor een afstand conform het collectief lokaal vervoer (25 km vanaf de woning). Indien de bewoner als gevolg van zijn beperking pas klachten krijgt na het rijden van langere afstanden, wordt hiervoor geen voorziening verstrekt. gehandicaptenparkeerplaats: Indien een bewoner een gehandicaptenkaart voor een bestuurder heeft, dan kan de bewoner een gehandicaptenparkeerplaats aanvragen. Voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart, de bijhorende medische keuring en de gehandicapten parkeerplaats dient de bewoner apart leges te betalen. De kosten voor de aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats worden vanuit de Wmo bekostigd.. 4.. andere voorzieningen: Indien een vervoersvoorziening (bijzondere fiets, scootmobiel, taxivervoer of autoaanpassing) nodig is om werk goed te kunnen doen of onderwijs te kunnen volgen, dan dient deze voorziening bij het UWV te worden aangevraagd. Indien begeleiding bij het openbaar vervoer noodzakelijk is, kan de landelijke OV-begeleiderskaart aangevraagd worden. Indien vervoer noodzakelijk is voor medische ritten (van en naar ziekenhuis, zorgverlener, instelling), kan vervoer onder de Zorgverzekeringswet vallen en dient het vervoer bij de zorgverzekeraar aangevraagd te worden. Indien een loopfiets noodzakelijk is kan deze via de Zorgverzekeraar aangevraagd worden. Indien vervoer van en naar dagbesteding noodzakelijk is, valt het vervoer onder de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Heeft de bewoner een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) dan valt al het vervoer van en naar begeleiding of behandeling onder de Wlz. Collectief vervoer vanuit de Wmo kan dan alleen geïndiceerd worden voor sociaal vervoer. Voor vervoer van en naar het werk of (beroeps)onderwijs voor mensen met een beperking kan gebruik gemaakt worden van reiskostenvergoeding via de werkgever danwel van een regeling of voorziening via het UWV danwel leerlingenvervoer.

Rechtspraak bij dit artikel