De budgethouder is bevoegd binnen de aan hem/haar toegekende budgetten verschuivingen aan te brengen:
a. binnen hetzelfde taakveld;
b. binnen een investeringskrediet.
Bij het schuiven met budgetten geldt het volgende:
a. de verschuiving moet binnen de vastgestelde beleidskaders passen;
b. een niet geraamde bate mag niet aangewend worden ter compensatie van niet geraamde of overschrijding van lasten.
De volgende kostensoorten komen niet voor verschuiving in aanmerking:
a. rente en afschrijving;
b. subsidies en andere inkomens- en vermogensoverdrachten, deze zijn alleen onderling substitueerbaar;
c. toevoegingen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen;
d. verrekeningen tussen baten en lasten.