**1..** De secretaris bepaalt in overleg met de kamervoorzitter plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld door de commissie te worden gehoord.
**2..** Indien de situatie het toelaat of vraagt kan de secretaris, na overleg met de kamervoorzitter en met instemming van belanghebbende(n) besluiten tot het houden van een telefonische hoorzitting of tot een digitale hoorzitting op afstand met behulp van elektronische hulpmiddelen.
**3..** De secretaris deelt belanghebbenden ten minste twee weken vóór de hoorzitting schriftelijk mee dat zij in de gelegenheid worden gesteld tijdens de hoorzitting te worden gehoord.
**4..** De secretaris kan in overleg met de voorzitter wegens bijzondere omstandigheden afwijken van de in het derde lid genoemde termijn.
**5..** De secretaris stelt de indiener in de gelegenheid het verzuim, genoemd in de artikelen 6:5 en 6:6 van de wet binnen een bepaalde termijn te herstellen.
**6..** De secretaris ziet erop toe dat partijen de op de zaak betrekking hebbende stukken vóór het horen kunnen inzien.
**7..** Indien van het horen wordt afgezien, wordt daarvan mededeling gedaan aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
**8..** Het horen geschiedt in beginsel door de kamervoorzitter en twee leden van de commissie. De kamervoorzitter kan besluiten dat het horen geschiedt door alleen de kamervoorzitter of de kamervoorzitter en een lid van de commissie.