Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 39

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek

1.. Een besluit tot uittreding dient minimaal één jaar voor de datum van feitelijke uittreding aan het algemeen bestuur te worden aangeboden. 2.. De feitelijke uittreding kan eerst plaatsvinden aan het eind van het kalenderjaar. 3.. Het algemeen bestuur kan op basis van een voornemen tot uitreding – op verzoek en voor rekening van een gemeente -- de financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van een uittreding in beeld brengen. 4.. Het algemeen bestuur zendt een voornemen of een besluit tot uittreding van een gemeente ter kennisname aan de raden van de gemeenten. 5.. Het algemeen bestuur stelt – in samenspraak met de gemeenten – vast de gevolgen van de uittreding, waaronder in ieder geval de gevolgen voor het personeel, contracten, huisvesting en investeringen en de uittreedsom. 6.. De uittreedsom omvat de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%. 7.. De betaling vindt maandelijks plaats voor telkens een twaalfde deel van het jaarbedrag. 8.. Indien onverkorte toepassing van dit artikel naar het oordeel van het algemeen bestuur tot een onbillijke uitkomst leidt, kan het algemeen bestuur de uittreedsom gewijzigd vaststellen. Het besluit tot vaststelling van de uittreedsom bevat een onderbouwing van deze beslissing.

Rechtspraak bij dit artikel