Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Huurprijsgrenzen

Onderdeel van Doelgroepenverordening huurwoningen Vijfheerenlanden 2022

1.. De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. 2.. De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen is ten minste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste € 1.050,= (prijspeil 1 januari 2022). 3.. De in het eerste lid bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte. 4.. De in het tweede lid bedoelde maximale aanvangshuurprijs wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de jaarmutatie van de consumentenprijsindex alle huishoudens zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek jaarlijks in januari publiceert over het voorafgaande kalenderjaar. 5.. De hoogte van de aanvangshuurprijs van sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 5 lid 1, met toepassing van het derde lid, onder het maximale bedrag bedoeld in het eerste lid van dit artikel te blijven, tenzij op grond van de regeling ‘inkomensafhankelijke huurverhoging’ het is toegestaan om de huurprijs voor de betreffende huurder tijdelijk extra te verhogen. 6.. De hoogte van de huurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 5 lid 2, met toepassing van vierde lid, te blijven vallen binnen de bandbreedte genoemd in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel