Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van (een kamer van) de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de bezwaarde, de overige belanghebbende(n) en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2.. In uitzonderlijke omstandigheden kan de commissie, na overleg met de bezwaarde en de overige belanghebbende(n) digitaal horen via videoconference, videobellen of een vergelijkbare techniek mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: bezwaarde en overige belanghebbende(n) hebben geen bezwaar tegen deze wijze van horen; er wordt geen afbreuk gedaan aan het principe van hoor- en wederhoor; voorafgaand aan het telefonisch horen, wordt hiertoe een separate afspraak gemaakt. 3.. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb, afzien van het horen van de bezwaarde en de overige belanghebbende(n). 4.. Indien de commissie op grond van lid 3 afziet van het horen van de bezwaarde en de overige belanghebbende(n) doet de voorzitter daarvan mededeling aan de bezwaarde, de overige belanghebbende(n) en het verwerend orgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel