Naar hoofdinhoud
1. . Voor de toepassing van de wegingsfactoren, die zijn genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Bpb, wordt in de bezwaarfase een zaak in beginsel aangemerkt als gemiddeld, tenzij een zaak als (zeer) licht dan wel (zeer) zwaar dient te worden aangemerkt. Een zaak wordt aangemerkt als: zeer licht (0,25) indien de inspanning van de beroepsmatige derde en bewerkelijkheid van de zaak van geringe omvang is te achten. Daarvan is sprake indien: het bezwaarschrift alleen een verkeerde tenaamstelling betreft; het bezwaarschrift alleen een verkeerde adresaanduiding betreft; het bezwaarschrift alleen een verkeerde belanghebbende betreft; het bezwaarschrift is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit; bij alle evidente tel- en rekenfouten en daarmee gelijk te stellen misslagen. licht (0,5) als de complexiteit van de zaak als laag is aan te merken. Daarvan is sprake: als het geschil beperkt is tot het antwoord op de vraag of de hoorplicht is geschonden en de zaak daarom wordt teruggewezen naar het bestuursorgaan; als het geschil beperkt is tot het antwoord op de vraag of het verzoek om een dwangsom moet worden toegewezen; als het verschil beperkt is tot de hoogte van de in bezwaar en/of beroep toegekende PKV; in parkeerbelastingzaken; in zaken waarbij de inzet van het geschil een zeer gering financieel belang betreft (hierbij wordt aangeknoopt bij een bedrag van € 15,00). Waarderingsgeschillen ingevolge de Wet WOZ vallen hier niet onder, al kan het daarmee gemoeide financiële belang gering zijn; bij kwesties die voor de rechtsbijstandverlener slechts eenvoudige en beperkte werkzaamheden van beperkte duur meebrengen; gemiddeld (1) als de complexiteit van de zaak als gemiddeld is aan te merken; zwaar (1,5) als de complexiteit van de zaak als meer dan gemiddeld is aan te merken. Daarvan is sprake: bij zaken die zich duidelijk onderscheiden in belang en in complexiteit en aard van de door de  rechtsbijstandverlener verrichte werkzaamheden en als meerdere WOZ-beschikkingen in één biljet zijn opgenomen en de aan die waarderingen ten grondslag liggende feiten en omstandigheden zodanig verschillen dat ze een afzonderlijke behandeling vergen en daarmee de werkzaamheden van de rechtsbijstandverlener meer dan gemiddeld complex maken. zeer zwaar (2) als de complexiteit van de zaak als hoog is aan te merken;

Rechtspraak bij dit artikel