8.1 Algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen
Mensen willen zo lang als mogelijk in de eigen leefomgeving blijven wonen. Dat kan de eigen woning zijn of een geschiktere woning in dezelfde omgeving. Er zijn diverse voorzieningen die dit mogelijk maken.
Het college maakt onderscheid tussen de volgende woonvoorzieningen:
losse woonvoorzieningen; voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een tillift);
bouwkundige woonvoorziening; nagelvaste voorzieningen (bijvoorbeeld een ophoging van de tegels bij de voordeur of een aanbouw);
verhuiskostenvergoeding.
Voor kortdurend gebruik (maximaal zes maanden) zijn losse woonvoorzieningen te leen via het uitleendepot van thuiszorgaanbieders of hulpmiddelen-leveranciers. Losse voorzieningen hebben als voordeel dat ze vaak snel kunnen worden ingezet, soms voordeliger zijn, vaak voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet (bijvoorbeeld: een douchestoel kan ook gebruikt worden om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden) en meegenomen kunnen worden in geval van verhuizing.
Losse voorzieningen zijn daarom veelal voorliggend op bouwkundige woonvoorzieningen. Een losse tillift is bijvoorbeeld te verkiezen boven een plafondlift. Losse woonvoorzieningen kunnen zowel in bruikleen als in eigendom worden verstrekt. Relatief goedkope hulpmiddelen (waarvan de kosten van transport en reiniging voor her-verstrekking niet opwegen tegen de kosten van verstrekking van een nieuw hulpmiddel), zullen in eigendom worden verstrekt.
Veel woonvoorzieningen zijn tegenwoordig in de reguliere handel te koop. Deze voorzieningen worden ook door mensen zonder beperkingen gebruikt en worden daarom als algemeen gebruikelijk beschouwd. Voorbeelden hiervan zijn:
1. verhoogde toiletpot en toilet verhoger;
2. eenvoudige wandbeugels (handgrepen);
3. hendel mengkranen en thermostatische kranen;
4. antislipbehandeling badkamervloer.
8.2 Normaal gebruik van de woning
Uit jurisprudentie blijkt dat een woningaanpassing als doel heeft normaal gebruik van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik wordt verstaan dat de elementaire woonfuncties mogelijk moeten zijn: toegang tot de woning, slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel en het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woning. In uitzonderingsgevallen kunnen hobby- of studeerruimtes aangepast of bereikbaar gemaakt worden, evenals aanpassingen voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte.
8.3 Bezoekbaar maken
Wanneer de inwoner in een Wlz-instelling woont kan één woning waar hij regelmatig op bezoek komt (bijvoorbeeld van ouders) bezoekbaar gemaakt worden. Het bezoekbaar maken houdt in dat de inwoner toegang heeft tot en gebruik kan maken van één verblijfsruimte (bijvoorbeeld de woonkamer) en het toilet van de woning. Er worden geen aanpassingen vergoed om logeren mogelijk te maken. Voor het bezoekbaar of toegankelijk maken van een kamer/toilet in een woning kan eenmalig een maximaal bedrag van €4.600,- beschikbaar gesteld worden.
8.4 Woningsanering
Wanneer er sprake is van aantoonbare beperkingen op basis van een medisch advies ten gevolge van bijvoorbeeld COPD, astma of allergie waardoor vervanging van vloerbedekking of gordijnen noodzakelijk is, kan hiervoor een tegemoetkoming worden toegekend. Dit laatste zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in of de bouwtechnische staat van de woning.
8.5 Grote woningaanpassingen versus verhuizen
In de Wmo 2015 wordt in verband met de aanvragen bij het onderzoek nadruk gelegd op de persoonlijke omstandigheden en de mate waarin de aanvrager de noodzaak tot hulp of voorzieningen had kunnen voorzien. Als uiteindelijk maatwerkvoorzieningen nodig zijn (dat kunnen woningaanpassingen zijn) worden wel - onveranderd- de goedkoopst adequate voorzieningen verstrekt. Vooral bij grote woningaanpassingen zal de afweging worden gemaakt of dit de goedkoopst adequate oplossing is. Als de kosten boven € 9.000 komen, en geen sprake is van zwaarwegende redenen waardoor aanpassen toch noodzakelijk is, worden geen woningaanpassingen toegekend en wordt de inwoner geadviseerd te verhuizen.
8.6Restitutieregeling
De meerwaarde die door het treffen van een voorziening is ontstaan, dient bij verkoop van de woning gedeeltelijk aan de gemeente te worden teruggestort.
De restitutie bedraagt:
a. voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde,
b. voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde,
c. voor het derde jaar 60% van de meerwaarde,
d. voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde,
e. voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde,
In alle gevallen minus het bedrag van het eigen aandeel dat voor rekening van de eigenaar is gekomen.
8.7 Voorzienbaarheid en verhuiskosten
Een inwoner kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening als redelijkerwijs de maatwerkvoorziening niet voorzienbaar was of van de inwoner niet verwacht kon worden dat hij maatregelen zou hebben getroffen die de hulpvraag overbodig hadden gemaakt. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer men verhuist naar de woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de inwoner of zijn huisgenoten dat men niet in aanmerking komt voor woningaanpassingen.
Het is doorgaans normaal om in je leven eens te verhuizen. Als een verhuizing past in een normale wooncarrière dan komt men niet in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding. Wanneer er sprake is van een dusdanig laag inkomen dat geld reserveren niet of slechts beperkt mogelijk is, kan hiervoor een aanvraag ingediend worden voor bijzondere bijstand. Deze aanvraag zal worden beoordeeld. Als men ten gevolge van het plotseling optreden van beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd, kan mogelijk wel een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt.
De hoogte van de verhuiskostenvergoeding is:
€ 2.400,- Bij verhuizing naar een adequate en/of beter aanpasbare woning.
€ 2.400,- Indien een aanvrager op verzoek van de gemeente verhuist van een inadequate woning naar een aangepaste woning buiten de gemeente.
€ 4.800,-. Verstrekking aan een persoon, die op verzoek van de gemeente ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd.
Uitbetaling van het pgb vindt plaats na overlegging van het getekende huurcontract of het getekend koopcontract. Indien de verhuizing niet plaatsvindt, dient het uitbetaalde bedrag per omgaande te worden terugbetaald
Het betreft een eenmalig persoonsgebonden budget in de kosten van verhuizing en herinrichting; de vergoeding betreft een tegemoetkoming en zal niet volledig kostendekkend zijn. Ten slotte kan een verhuiskostenvergoeding worden toegekend wanneer de inwoner een aangepaste woning, op verzoek van de gemeente verlaat. Het betreft situaties waarbij de persoon voor wie de woning was aangepast is verhuisd naar een Wlz-instelling of wanneer een partner is overleden waarvoor de aangepaste woning noodzakelijk was.
8.8 Eenmalig pgb tarief woonvoorzieningen en hulpmiddelen
De hoogte van een eenmalig pgb voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt bepaald door de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt.
Dit bedrag is inclusief het aanpassen van de voorziening en tevens de kosten voor de instandhouding, zoals - en voor zover nodig - keuring, onderhoud, reparatie en verzekering. De kosten van de instandhouding bedraagt jaarlijks 6% van de aanschafwaarde. Met betrekking tot de scootmobiel is het jaarlijks 6% van het zorg in natura tarief ongeacht de aanschafwaarde.
Voor hulpmiddelen of individuele aanpassingen aan hulpmiddelen, die niet binnen de categorieprijzen vallen, wordt de hoogte van het pgb bepaald door een offerte van de gecontracteerde leverancier hulpmiddelen.
Bij verstrekking van een niet-roerende woonvoorziening c.q. woningaanpassing wordt de hoogte van het pgb bepaald door een, door het college geaccepteerde, offerte.
Als de verstrekking in natura een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering.
8.9 Woningaanpassing minderjarigen
Bij woningaanpassingen voor minderjarigen wordt maximaal een kostprijs van €15.000 aan het CAK doorgegeven.