**1..** Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen, is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen niet uitkomt boven de 100 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, plus één keer de hoogte van de langdurigheidstoeslag, en er geen in aanmerking te nemen vermogen aanwezig is als bedoeld in artikel 34 van de wet.
**2..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt in de zin van de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000. Een uitzondering wordt in deze gemaakt voor alleenstaande ouders met een tegemoetkoming op grond van de WSF 2000.
HOOFDSTUK 2
Artikel 3
Langdurig, laag inkomen
Onderdeel van Verordening Langdurigheidstoeslag 2009 gemeente Brummen