Naar hoofdinhoud
1.. Tijdens de periode dat de betrokken persoon een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ, heeft men geen draagkracht, op voorwaarde dat het vermogen niet hoger is dan het vermogen dat wordt vrijgelaten. Dit geldt ook voor een uitkering op grond van het Bijstandsbesluit Zelfstandigen. 2.. Voor pensioengerechtigden (Algemene Ouderdomswet (AOW-leeftijd), voor mensen met een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong), wordt de draagkracht één keer vastgesteld, tenzij dit onredelijk blijkt te zijn. 3.. De draagkracht in het inkomen wordt voor alle aanvragers met andere inkomsten vastgesteld voor een periode van drie jaar, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de bijstandsaanvraag wordt ingediend. 4.. Als binnen de vastgestelde periode van drie jaar een nieuwe bijstandsaanvraag wordt ingediend, blijft de al eerder vastgestelde draagkracht voor die periode gelden. 5.. De draagkracht wordt telkens vastgesteld voor een periode van drie jaar op het tijdstip waarop de voorafgaande periode voorbij is.

Rechtspraak bij dit artikel