Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.1

Bijbehorende bouwwerken

Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2021, gemeente Krimpenerwaard

(Bijlage II Bor, artikel 4, eerste lid) Lid Bepaling Bor Aanvullende voorwaarden Bor Gemeentelijke richtlijnen en voorwaarden 1. Een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, gelegen binnen de bebouwde kom. Richtlijn is dat er geen grotere oppervlakten in het achtererfgebied worden gebouwd, dan wat er vergunningsvrij mogelijk is. Voor een losstaand bijbehorend bouwwerk geldt als richtlijn dat deze aansluit bij de goot- en nokhoogte genoemd in het bestemmingsplan. Afwijken van deze hoogte kan overwogen worden indien: Ruimtelijk gezien passend Aansluiting bij dakhelling van het hoofdgebouw Akkoord welstand en/of stedenbouwkundig Voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk zijn de volgende richtlijnen van toepassing: Maximaal 50 procent van de oppervlakte van het achtererfgebied; Maximale diepte is 4 meter ten opzichte van het oorspronkelijke hoofdgebouw; De goothoogte is gelijk of lager dan de bestaande goothoogte van het hoofdgebouw; De bouwhoogte sluit aan bij de hoogte van het bestaande hoofdgebouw; Bij verlenging van het hoofdgebouw moet de dakhelling gelijk zijn aan het bestaande hoofdgebouw. Wanneer het bestemmingsplan onbedoeld vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied uitsluit, bijvoorbeeld als de bestemming niet overeenkomt met het al sinds jaar en dag aanwezige legale gebruik, dan kan gebruik worden gemaakt van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. In dat geval mogen de maximale maten die van toepassing zijn op vergunningvrij bouwen niet worden overschreden. In het voorerfgebied, voor zover geen andere legale bebouwing aanwezig, is de richtlijn dat bijbehorende bouwwerken niet toegestaan zijn. Toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid is toegestaan voor erkers tot een diepte van maximaal 1,50 meter, een breedte van maximaal 2/3 van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel (tot een maximum breedte van 3,50 meter) en een hoogte van maximaal 0,30 meter boven de eerste verdiepingsvloer. De afstand van de erker tot het openbaar gebied moet minimaal 2,00 meter bedragen. In het voorerfgebied, indien reeds legale bebouwing aanwezig is op het betreffende perceel of in de directe nabijheid, waarbij sprake is van een vergelijkbare situatie volgt een beoordeling op basis van de algemene afwegingscriteria. Zijerfgebied Voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij woningen en woongebouwen is toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid toegestaan als deze ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. De volgende richtlijnen zijn hierbij van toepassing: De zijgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ligt minimaal 1 meter uit de zijdelingse perceelsgrens wanneer deze grenst aan openbaar toegankelijk gebied. In het geval dat het perceel grenst aan een waterpartij of -gang ligt de zijgevel 1,5 meter uit de rand van het water. De voorgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ligt minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het oorspronkelijke hoofdgebouw. De voorgevelbreedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 60% van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet breder dan 4 meter. De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met alleen een platte afdekking bedraagt maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet hoger dan de goothoogte van het hoofdgebouw. De goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een kap bedraagt maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet hoger dan de goothoogte van het hoofdgebouw. De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een kap is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De dakvorm en dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk moeten gelijk zijn aan die van het hoofdgebouw. De richtlijn is dat een dakkapel is niet toegestaan. Bij toepassing van deze bevoegdheid wordt alleen gekeken naar de afwijking. De voorwaarden die op grond van het bestemmingsplan al geregeld worden en niet strijdig zijn, worden buiten beschouwing gelaten (bestemmingsplan is leidend). 2. Een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan, gelegen buiten de bebouwde kom, mits a. Niet hoger dan 5 meter, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; b. De oppervlakte niet meer dan 150 m2 per achtererfgebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel