Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2.4

Dakkapellen, dakopbouwen of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw

Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2021, gemeente Krimpenerwaard

(Bijlage II Bor, artikel 4, vierde lid) 4. Dakkapellen, dakopbouwen of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw Dakkapellen Als richtlijn dient gehanteerd te worden: Aan de plaatsing van een dakkapel wordt medewerking verleend mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: bij meerdere dakkapellen op een dakvlak of op meerdere aaneengesloten dakvlakken zijn de dakkapellen regelmatig gerangschikt op horizontale lijn, dus niet boven elkaar; bij een individueel hoofdgebouw is een dakkapel gecentreerd in het dakvlak of gelijk aan geleding gevel; de onderzijde van een dakkapel is meer dan 0,5 meter en minder dan 1,0 meter boven de dakvoet; de bovenzijde van een dakkapel is meer dan 0,8 meter onder de daknok, zowel aan de voor- als achterzijde; op een mansardedak is een dakkapel alleen toegestaan in het onderste deel van het dakvlak, met de bovenkant gelijnd aan de knik in het dakvlak. op het voordakvlak geldt in afwijking van het vorenstaande: niet meer dan een dakkapel per hoofdgebouw; de zijkanten van een dakkapel zijn meer dan 1,00 meter uit het hart van de woningscheidende bouwmuur of vanaf de buitenzijde van de zijgevel. Bij twee-onder-een-kapwoningen is ook een gecentreerde dakkapel op het gezamenlijke dakvlak mogelijk; de hoogte van een dakkapel is maximaal 1,50 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim; de breedte van de dakkapellen samen is maximaal 2/3 van de breedte van het dakvlak gemeten tussen het hart van de woningscheidende bouwmuren of buitenzijde van de gevels met een maximum van 3,50 meter. op het zijdakvlak geldt in afwijking van het vorenstaande: de zijkanten van een dakkapel zijn meer dan 0,80 meter uit het hart van de scheidende bouwmuur of vanaf de buitenzijde van de gevel; de hoogte van een dakkapel is maximaal 1,75 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim; de breedte van de dakkapellen samen is maximaal 2/3 van de breedte van het dakvlak gemeten tussen het hart van de woningscheidende bouwmuren of de buitenzijde van de gevels. op het achterdakvlak geldt in afwijking van het vorenstaande: de zijkanten van een dakkapel zijn meer dan 0,80 meter uit het hart van de scheidende bouwmuur of vanaf de buitenzijde van de gevel; de hoogte van een dakkapel is maximaal 1,75 meter gemeten vanaf de voet van de dakkapel tot de bovenzijde van het boeiboord of de daktrim; bij een tussengebouw over de volledige breedte van het dakvlak mogelijk, mits de plaatsing en maatvoering aansluiten op de al aanwezige dakkappelen. Dakopbouwen Aan een dakopbouw aan het hoofdgebouw kan medewerking worden verleend. Hierbij zijn de volgende richtlijnen van toepassing: De hoofdvorm van de woning herkenbaar blijft; Indien gelegen in het zij-erf, dient deze ondergeschikt te zijn en dezelfde dakhelling van de hoofdwoning te hebben; In het achtererf kan een dakopbouw alleen gerealiseerd worden op de vergunningsvrije aanbouw. Voor een dakopbouw op hoofdgebouw geldt de richtlijn dat medewerking verleend kan worden mits deze voldoet aan de welstandsnota.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel