Naar hoofdinhoud

Artikel 5.3

Artikel 5.3

Onderdeel van Gedragscode Volksvertegenwoordigers

Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeenten ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier binnen de wettelijke kaders andere afspraken, vastgelegd in een bruikleenovereenkomst tussen het raads(commissie)lid en het college over gemaakt zijn. Toelichting Artikel 5.1 Aan raads(commissie)leden worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raads(commissie)lid zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden. Artikel 5.3 Stelregel is dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, Afspraken zijn op te nemen in bruikleenovereenkomsten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel