Naar hoofdinhoud

Artikel 1

– Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Harderwijk

1.. Gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats aangeduid met verkeersbord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990. In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen twee varianten, te weten: Gehandicaptenparkeerplaats van algemeen belang: gehandicaptenparkeerplaats waar geen hoofdgebruiker is, maar meerdere gebruikers. Dergelijke gehandicaptenparkeerplaatsen komen bijvoorbeeld voor bij winkelcentra, gezondheidszorginstellingen, kerken, sociaal-culturele voorzieningen, et cetera. Gehandicaptenparkeerplaats met een hoofdgebruiker: gehandicaptenparkeerplaats waar wel een hoofdgebruiker is. In de praktijk zijn dit vaak de gehandicaptenparkeer-plaatsen die worden aangevraagd bij een woonadres. Beide varianten worden overigens wel op dezelfde wijze met verkeersbord E6 aangeduid, tenzij in deze beleidsregel anders is bepaald. 2.. Gehandicaptenparkeerkaart: Europese gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de artikelen 26 lid 1 sub b en 86 van het RVV 1990 en de Regeling gehandicaptenparkeerkaart (7 september 2012; Staatscourant 2012 nummer 18705), onderscheiden in de volgende varianten: Gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders (GKP-B) Gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers (GPK-P) Gehandicaptenparkeerkaart voor zorginstellingen (GPK-I) 3.. Aanvraagadres: het adres van de woning, het bedrijf, de onderneming, et cetera, in welke nabijheid de aanvrager een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt. 4.. Gebruiker: de hoofdgebruiker als bedoeld in lid 1 sub b. 5.. Voertuig: een motorvoertuig, gehandicaptenvoertuig of brommobiel. 6.. Parkeerplaats op eigen terrein: Een oprit, welke de volgende afmetingen bevat: Lengte: minimaal 6,00 meter; Lengte: minimaal 7,50 meter indien aan de achterzijde van het voertuig moet worden in- en uitgestapt, zoals bij een rolstoelbus; Breedte: minimaal 3,00 meter indien er een vrije strook naast de oprit aanwezig is om bijvoorbeeld het autoportier te openen; Breedte: minimaal 3,50 meter indien er geen vrije strook naast de oprit aanwezig is om bijvoorbeeld het autoportier te openen. Een garage op het eigen erf of binnen een loopafstand van 100 meter van de woning, welke de volgende afmetingen bevat: Lengte (inpandig): minimaal 6,00 meter; Lengte (inpandig): minimaal 7,50 meter indien aan de achterzijde van het voertuig moet worden in- en uitgestapt, zoals bij een rolstoelbus; Breedte (inpandig): minimaal 3,50 meter; Hoogte (inpandig): voldoende om het eigen voertuig dan wel het gezinsvoer-tuig waarover de aanvrager beschikt in de garage te kunnen parkeren. Een plek in een parkeergarage of op een parkeerterrein die juridisch, feitelijk of planologisch is bestemd voor het adres van verzoeker en die niet voor openbaar verkeer is bedoeld. 7.. Verkeersbesluit: een besluit als bedoeld in artikel 15 WVW, op grond waarvan het verkeersbord als bedoeld onder b wordt geplaatst. 8.. Werknemer: iedere persoon die in enige arbeidsrechtelijke hoedanigheid werkzaam is voor een bedrijf, kantoor, onderneming of dergelijke. 9.. Werkgever: de persoon of het bedrijf voor wie de werknemer in enige arbeidsrechtelijke hoedanigheid werkzaam is. 10.. Gemeente: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk, in casu degene die volgens de gemeentelijke mandaatverordening bevoegdheid heeft gekregen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel