Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Openstelling publieke plaatsen

Onderdeel van Handelingskader Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, Vlaardingen

Publieke binnenruimte en testen voor toegang Een publieke binnenruimte in een eet- en drinkgelegenheid of een locatie voor de vertoning van kunst en cultuur, waar ten minste vijfhonderd personen worden toegelaten per zelfstandige binnenruimte of waar meer dan vijfhonderd personen in de totale ruimte van de locatie worden toegelaten en de bezoekers tussen verschillende zelfstandige binnenruimten kunnen wisselen, en waarbij niet alle personen zijn geplaceerd die als publiek zijn toegelaten, wordt slechts voor publiek opengesteld, indien de beheerder er zorg voor draagt dat, met inachtneming van artikel 6.30: alleen publiek tot die ruimte wordt toegelaten met een geldig coronatoegangsbewijs op basis van een negatieve testuitslag als bedoeld in artikel 6.29, eerste lid; het vereiste van een geldig coronatoegangsbewijs op basis van een negatieve testuitslag en geldig identiteitsdocument duidelijk zichtbaar en leesbaar voor het publiek en een toezichthouder is aangegeven bij de toegang tot de locatie. In afwijking van het hierboven gestelde mogen personen tot en met twaalf jaar zonder geldig coronatoegangsbewijs op basis van een negatieve testuitslag als bedoeld in artikel 6.29, eerste lid, en personen tot en met dertien jaar zonder geldig identiteitsbewijs toegelaten worden. Het hierboven gestelde geldt bovendien niet voor doorstroomlocaties en publieke binnenruimtes met een verkeersfunctie. Indien een activiteit of voorziening in een eet- en drinkgelegenheid of een locatie voor de vertoning van kunst een cultuur meerdere dagen duurt dient iedere vierentwintig uur vanaf het moment van aanvang van de activiteit of het gebruik van de voorziening te worden gecontroleerd of personen voldoen aan de voorwaarden uit het hierboven gestelde onder a. Ventilatienormen horecalokaliteit Een publieke plaats die een horecalokaliteit is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet wordt slechts voor publiek opengesteld indien die is voorzien van een rechtstreeks met de buitenlucht in verbinding staande goed werkende mechanische ventilatie-inrichting met een luchtverversingscapaciteit van 3,8•10-3 m3/s per m2 vloeroppervlakte. Indien sprake is van een horecalokaliteit die gevestigd is in een rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet geldt het hierboven genoemde niet, mits de luchtverversing op een andere wijze dan voorzien in het eerste lid wordt gerealiseerd en dit leidt tot een luchtkwaliteit in de horecalokaliteit die vergelijkbaar is met de luchtkwaliteit die zou worden gerealiseerd door middel van de hierboven bedoelde mechanische ventilatie-inrichting. Het hierboven genoemde is bovendien niet van toepassing op een horecalokaliteit ten behoeve waarvan voor 14 augustus 2021 een vergunning voor de uitoefening van het horecabedrijf op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is aangevraagd, die niet voor 1 juli 2021 is verleend, tenzij: zich in die horecalokaliteit op 14 augustus 2021 een ventilatie-inrichting bevindt als bedoeld in het eerste lid; in die horecalokaliteit een op of na 14 augustus 2021 aangeschafte of bestelde ventilatie-inrichting wordt geplaatst. Handhavingslijn voorwaarden openstelling publieke plaats: Ondernemers leven de gestelde voorwaarden na op basis van eigen verantwoordelijkheid en handhaving van de regels geschiedt in eerste instantie door de organisator (high trust, high penalty); Bij niet naleving van de voorwaarden, wordt de ondernemer aangesproken en opgedragen om de overtreding direct te beëindigen en/of mitigerende maatregelen te treffen (mondelinge waarschuwing); Bij een volgende constatering volgt er een (schriftelijke) bestuurlijke waarschuwing vanuit de burgemeester; Indien geen gehoor wordt gegeven aan de bestuurlijke waarschuwing volgt een sluitingsbevel en/of bestuurlijke maatregel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie; In specifieke gevallen kan (daarnaast) een last onder bestuursdwang/dwangsom worden opgelegd op grond van artikel 58u, derde lid, onder a Wpg; Bij een volgende overtreding van artikel 58h Wpg volgt opnieuw een (verzwarend) sluitingsbevel op grond van artikel 174 Gemeentewet en/of wordt proces-verbaal opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie; Indien de situatie een exces betreft kan direct tot een spoedsluiting op grond van artikel 174 Gemeentewet (direct ongedaanmaking/ beëindiging situatie) worden overgegaan en/of proces-verbaal worden opgemaakt op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder b Wpg met een boete van de eerste categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel