Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9.

Artikel 9.1

De experimentele zone

Onderdeel van Marktreglement Albert Cuypmarkt gemeente Amsterdam

1.. In het inrichtingsbesluit van deze markt is bepaald hoe de experimentele zone eruitziet, waaronder de locaties, plaatsnummers en soort plaats. 2.. De plaatsen van de experimentele zone worden door de afdeling Markten uitgegeven. In de toekenning van de plaatsen op de experimentele zone worden specifieke voorwaarden voor de vergunninghouders opgenomen. 3.. Een vergunning voor een plaats op de experimentele zone wordt uitgegeven voor bepaalde tijd, tot aan de eerst volgende herindeling. 4.. De mogelijkheid om een vergunning voor een plaats op de experimentele zone aan te vragen zal periodiek plaatsvinden; 5.. De aanvrager moet de volgende informatie en documenten aan de afdeling Markten verstrekken: Achtergrond en beschrijving van de aan te bieden producten en, indien van toepassing, de daaraan gelieerde diensten, ambachten en/of zitgelegenheden; De dagen waarop de vergunninghouder op een plaats op de experimentele zone wil staan; Beeldmateriaal van de inrichting van de marktkraam of eigen verkoopinrichting, inclusief afmetingen; 6.. De vergunningen voor de experimentele zone worden op basis van de volgende uitgangspunten vergeven: De Albert Cuypmarkt dient meer aan te sluiten bij de wensen en behoefte van de bewoners van de Pijp en de Rivierenbuurt. Dit betekent dat biologische- en streekproducten voorrang hebben op andere producten. Deze voorrang geldt op het derde deel van de markt. Op de Albert Cuypmarkt dient het verblijf op de markt aantrekkelijker te worden, bijvoorbeeld door vernieuwende producten, gelieerde diensten ambachten en/of zitgelegenheden. Dit betekent dat ondernemers die hieraan voldoen, voorrang hebben op andere marktondernemers. Deze voorrang geldt op het eerste en tweede deel van de markt. 7.. Aanvragen voor een vergunning voor de experimentele zone worden op basis van de volgende criteria en in volgorde beoordeeld: Het product en, indien van toepassing, de daaraan gelieerde diensten, ambachten en/of zitgelegenheden moeten op de datum van het aanwijzingsbesluit dan wel inrichtingsbesluit aanvullend zijn op het bestaande aanbod van de betreffende markteenheid (1e markt, 2e markt of 3e markt). Vervolgens wordt beoordeeld of wordt voldaan aan de uitgangspunten zoals omschreven onder artikel 9.1, lid 6. Daarna wordt beoordeeld hoe vaak de ondernemer van zijn plaats op de experimentele zone gebruik wil maken, waarbij geldt dat degene die het meest frequent wil staan, voorrang heeft voor een plaats op de experimentele zone. Tenslotte wordt de aantrekkelijkheid van de inrichting van de marktkraam of eigen verkoopinrichting beoordeeld. 8.. De beoordeling zal plaatsvinden door één afgevaardigde van de markt, één afgevaardigde van de winkelier(svereniging) en één afgevaardigde van de afdeling Markten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel