Naar hoofdinhoud
Het nummeren geschiedt als volgt. In een straat worden aan de rechterzijde even nummers en aan de linkerzijde oneven nummers toegekend in een oplopende reeks. Dit geldt eveneens voor het geval dat de betreffende straat slechts aan één zijde wordt bebouwd alsmede voor gebouwen die niet direct aan straat zijn gelegen; Er wordt begonnen met nummeren vanaf het beginpunt van de straat dat het dichtst bij het centrum van de woonplaats is gelegen. Indien dat niet mogelijk is dan wel niet logisch is, wordt er genummerd vanaf het beginpunt van de straat dat het dichtst bij het centrum van de buurt ligt of vanaf een ontsluitingsweg in de buurt; In doodlopende straten worden vanaf het begin van de straat, ongeacht de looprichting, aan de rechterzijde even nummers en aan de linkerzijde oneven nummers toegekend; Op pleinen wordt, “met de klok mee”, doorlopend genummerd; Wanneer een plein onderdeel uitmaakt van een straat wordt op dat plein doorgenummerd alsof het een onderdeel van een straat is; Er wordt zoveel mogelijk genummerd aan die straat waaraan het begin van een toegangspad is gelegen en vanwaar de kortst begaanbare route naar de (hoofd)toegang loopt; Voor ruimten tussen objecten, die in de toekomst mogelijk worden bebouwd en waaraan een adres moet worden toegekend, dient het maximaal te verwachten aantal nummers te worden gereserveerd; Voor zowel authentieke adressen als niet-authentieke adressen is de wijze van nummering identiek.

Rechtspraak bij dit artikel