Het College besluit een aanvrager een subsidie toe te kennen, indien uit de aanvraag blijkt dat met de voorgenomen Verduurzaming aantoonbaar:
Een Toekomstbestendige vereniging of stichting wordt geholpen,
en van minimaal één van onderstaande effecten sprake is:
De energievraag wordt verlaagd; bijvoorbeeld met isolatiemaatregelen;
Het aandeel duurzame energie wordt verhoogd; bijvoorbeeld met pv-panelen;
De biodiversiteit wordt verbeterd; door Natuurinclusief te bouwen of in te richten;
De waterhuishouding wordt verbeterd; waterbergende -of bufferende ingrepen;
Bijgedragen wordt aan de klimaatbestendigheid; ter beoordeling van het college.
Zich niet een van de in artikel 5 genoemde afwijzingsgronden voordoet.