**1..** Een gift als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder m, van de wet wordt in beginsel vrijgelaten tot een maximum van € 1.800 per periode.
**2..** Een gift, zoals bedoeld in het eerste lid, is een bijdrage zoals omschreven, anders dan een structurele besparing op de kosten van levensonderhoud.
**3..** Voor gift(en) waarvan de waarde hoger is dan de in het eerste lid genoemde vrijlating dan wel vaker voorkomen geldt, dat dat deel buiten de vrijlating als inkomen wordt aangemerkt.
**4..** Ingeval de gift is verstrekt in natura, wordt de waarde van deze gift vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering.
**5..** Voor alle giften geldt een meldingsplicht.