Naar hoofdinhoud
1.. De commissie bestaat uit minimaal drie en maximaal negen leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal drie plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2.. De ondervoorzitter(s) worden bij afwezigheid van de voorzitter ter plaatse aangewezen. 3.. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4.. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5.. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg. 6.. De leden worden geacht kennis te hebben, dan wel te verwerven, van de ontstaansgeschiedenis van Rijswijk, de ruimtelijke opbouw, alsmede de monumentale en architectonische waarden. 7.. Van de voorzitter van de commissie wordt verwacht dat hij/zij waar mogelijk het integrale karakter van de commissie aantoonbaar tot uiting laat komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel