Voor een (hoog)begaafde leerling geldt een reguliere basisschool als de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Iedere reguliere basisschool moet basisondersteuning kunnen bieden aan (hoog)begaafde leerlingen op niveau 3. Daarom kan in beginsel geen aanspraak gemaakt worden op een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de verordening.
Een vervoersvoorziening voor een (hoog)begaafde leerling kan alleen worden toegekend op basis van een advies van het Samenwerkingsverband. Uit dit advies moet onderbouwd blijken dat:
andere nabijgelegen basisscholen met een niveau 3 aanbod niet passend voor de leerling zijn;
een verder weg gelegen school met een specialistisch aanbod voor (hoog)begaafde leerlingen (niveau 4 of 5) voor de leerling in kwestie de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.
Wanneer een leerling overstapt naar een verder weg gelegen school tegen het advies van het Samenwerkingsverband in, of wanneer het Samenwerkingsverband niet betrokken is geweest of uit eigen beweging van ouder(s)/verzorger(s), dan wordt geen leerlingenvervoer toegekend. In deze gevallen is niet genoegzaam bewezen dat de nieuwe school de dichtstbijzijnde toegankelijke optie is.