Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 10

Aflossing geldlening bij verkoop of vererving woning, woonwagen of woonschip

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, boete, verhaal en zekerheidsrechten 2013

1.. Bij verkoop of bij vererving van de woning, de woonwagen of het woonschip en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgelaste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 9, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, direct afgelost. 2.. Bij verkoop van de woning, de woonwagen of het woonschip kan het college wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek of verpanding voor de aankoop van een andere woning, woonwagen of woonschip, latten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgelaste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning, woonwagen of woonschip. 3.. Indien bij verkoop van de woning, de woonwagen al het woonschip op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel