Naar hoofdinhoud
Indien uit het afgegeven advies van het Bureau blijkt dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, kan het bestuursorgaan overgaan tot: Intrekking van een eerder verleende beschikking; Weigering van de aangevraagde beschikking; Het niet aangaan van een vastgoedtransactie, dan wel het inroepen van een ontbindende voorwaarde als bedoeld in artikel 5a onder b van de Wet Bibob; Afwijzing van een inschrijving op een overheidsopdracht, dan wel ontbinding van de overeenkomst inzake een overheidsopdracht. De geconstateerde ernstige mate van gevaar kan tevens dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de aanbestedingsweg 2012. Indien uit het afgegeven advies van het Bureau blijkt dat er sprake is van een ‘minder mate van gevaar’ als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob kan het bestuursorgaan overgaan tot: Verbinden van voorschriften, gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar, aan de beschikking; Het niet aangaan van een vastgoedtransactie, dan wel het inroepen van een ontbindende voorwaarde als bedoeld in artikel 5a onder b. van de Wet Bibob; Afwijzing van een inschrijving op een overheidsopdracht. Daarbij kan in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht de geconstateerde mindere mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel