Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.1

Uitgangspunten van het beleid met betrekking tot reclame op bedrijventerreinen

Onderdeel van Reclamebeleid 2008 Gemeente Beesel

Bij bedrijventerreinen gelden de volgende uitgangspunten: 4.3.1.1 Met betrekking tot gevelreclame: Reclame moet loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel worden aangebracht; In de voorgevel moet de reclame als zelfstandig element zijn vormgegeven. Het formaat en de details moeten harmoniëren met de oorspronkelijke gevel; De reclame mag in de voorgevel de samenhang en de ritmiek van de straatwand niet verstoren; Reclame moet worden geïntegreerd in de bouwstijl en zich beperken tot het hoogst noodzakelijke; Het maximale aantal reclames is afhankelijk van de grootte en omvang van het gebouw. Een overdaad is niet toegestaan, dit ter beoordeling aan de Welstandscommissie, evenals de afmetingen van de reclames; 4.3.1.2 Met betrekking tot vrijstaande reclame: Eén reclamezuil per bedrijf mag. Deze dient qua maat, schaal en vorm bij de bebouwing te passen; Bij bedrijfsverzamelgebouwen is één verzamelobject mogelijk, geplaatst bij de toegangzijde van het gebouw dan wel bij de inrit van het terrein, waarop op eenvormige manier de gebruikers worden vermeld. Formaat en vorm ter beoordeling van de Welstandscommissie. 4.3.1.3 Met betrekking tot dakreclame: Losse reclameletters op de dakrand zijn alleen toegestaan voor grotere gebouwen of gebouwen waarin meerdere bedrijven zijn gevestigd. Zij moeten gerelateerd zijn aan de hoofdentree van het pand; Welstandsgoedkeuring blijft hier een vereiste. 4.3.1.4 Met betrekking tot andere dan voornoemde reclames: Reclame op luifels en zonneschermen worden toegestaan als zij bestaan uit losse, geschilderde letters of plakletters; Vlaggenmasten op het terrein zijn mogelijk, afhankelijk van de grootte en omvang van de terreinindeling, bij voorkeur plaatsen bij de ingang tot het terrein of gebouw, dit ter beoordeling aan de Welstandscommissie.

Rechtspraak bij dit artikel