De permanente niet perceelsgebonden reclame richt zich met name op gebruikers van de weg. Hierbij valt te denken aan een bewegwijzeringsysteem en wachtlocaties voor reizigers.
Voor het plaatsen van permanente reclame is een vergunning nodig. De meeste permanente reclame-uitingen worden geplaatst door een bedrijf in opdracht van de gemeente. Dit houdt in dat dit altijd in samenspraak gebeurt met de gemeente.
De verschillende soorten permanente niet perceelsgebonden reclame zijn:
4.6.1.1 Plattegrond-/Informatieborden;
4.6.1.2 Verwijsborden (objectbewegwijzering);
4.6.1.3 Abri’s.
4.6.1.1 Plattegrond-/Informatieborden
Plattegrond- en informatieborden kunnen twee verschillende functies hebben:
reclameaffichering en/of stads- of dorpsplattegrondinformatie.
Op grond van het Besluit omgevingsrecht, kunnen borden die grotendeels informatie verschaffen ten behoeve van het verkeer worden aangemerkt als straatmeubilair. Uit jurisprudentie blijkt dat bij grotere afmetingen (van meer dan 2 meter hoog en ongeveer 1 meter breed) slechts dan sprake is van straatmeubilair, indien de hoofdfunctie gelegen is in het bieden van informatie ten behoeve van het verkeer, althans in direct verband staat met het gebruik van de weg.
Voorschriften voor plattegrondinformatieborden:
Plattegrondinformatieborden kunnen worden geplaatst:
Bij binnenkomst van de bebouwde kom (huidige plaatsen handhaven);
Binnen de bebouwde kom langs ontsluitingswegen (huidige plaatsen handhaven);
In overeenstemming met bestemmingsplan;
Voorwaarden zijn dat:
Ze geen gevaar opbrengen voor de verkeersveiligheid;
Ze geen overlast aan derden bezorgen;
Er geen plattegrondinformatieborden geplaatst worden in het beschermde dorpsgezicht “Ronckenstein”.
Voorschriften voor informatieborden
In 2004 is een collegebesluit genomen voor de plaatsing van informatieborden en -kasten. Deze informatieborden en –kasten zullen betrekking hebben op de regio Maasduinen, waarvan de gemeente Beesel deel uitmaakt.
Informatieborden en -kasten kunnen worden geplaatst:
Bij de invalswegen van de gemeente/ invalswegen van de bebouwde kom (huidige plaatsen handhaven);
Bij toeristische invalswegen, zoals het voetveer Beesel-Neer en het veer Beesel- Kessel (huidige plaatsen handhaven);
In overeenstemming met het bestemmingsplan.
Voorwaarden zijn dat:
Ze geen gevaar opbrengen voor de verkeersveiligheid;
Ze geen overlast aan derden bezorgen;
Er geen informatieborden geplaatst worden in het beschermde dorpsgezicht “ Ronckenstein”.
4.6.1.2 Verwijsborden (objectbewegwijzering)
Objectverwijzing moet in veel gevallen worden aangemerkt als reclame. Het vermelden van alleen een naam op een bord wordt beschouwd als een publieke aanprijzing en derhalve aangemerkt als reclame. Ook in deze gevallen kan een verwijsbord van beperkte omvang en constructie worden aangemerkt als straatmeubilair ten dienste van het wegverkeer.
Een uniform bewegwijzeringsysteem draagt in belangrijke mate bij tot een vlotte en veilige verkeersafwikkeling.
Op grond van artikel 2.1.5.1 van de APV is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming ervan. Dit verbod geldt ook voor het plaatsen van verwijsborden. De huidige weigeringsgronden voor een vergunning worden beschreven in lid 3 en lid 5 van artikel 2.1.5.1 van de APV. Om een functionele, uniforme en duidelijke uitvoering van de verwijsborden te realiseren, worden de weigeringsgronden van artikel 2.1.5.1 van de APV nader ingevuld.
Nieuwe vergunningaanvragen worden getoetst aan de hierna genoemde voorschriften. Na vaststelling van deze richtlijnen door het college, zullen deze conform de wettelijke voorschriften worden gepubliceerd.
Voorschriften voor verwijsborden:
De grote blauwwitte verwijsborden worden vervaardigd en geplaatst door of in opdracht van de ANWB conform de door hen gestelde voorwaarden;
De kleinere bruinwitte verwijsborden binnen en buiten de bebouwde kom worden vervaardigd en geplaatst door of in opdracht van de Gemeente Beesel, conform de uitvoering van zogenaamde verkleinde strokenborden;
Verwijzen alleen binnen het dorp(Reuver, Beesel of Offenbeek) waar het object is gesitueerd tot het object zelf (met uitzondering van toeristisch-recreatieve objecten en bedrijven met een publieksfunctie in het buitengebied);
Alleen verwijzen indien verkeer een verandering in rijrichting moet maken of bij kruispunten.
4.6.1.3 Abri’s
Het doel van abri’s is het bieden van schuilgelegenheid voor passagiers, en het aantrekkelijker maken van het openbaar vervoer in het algemeen. Reclamevrije abri’s zijn relatief duur. Daar komt nog bij dat het onderhoud ook nog eens voor rekening van de gemeente komt. Abri’ s met reclame kosten de gemeente vrijwel niets. Het onderhoud geschiedt door het reclamebureau dat de abri’s plaatst.
Abri’s worden op grond van het Besluit omgevingsrecht aangemerkt als straatmeubilair. Hierdoor is er geen omgevingsvergunning voor bouwen of planologisch afwijkend gebruik voor nodig.
De rechter heeft echter bepaald dat de constructie van de abri bepaalt of de abri moet worden aangemerkt als gebouw en omgevingsvergunningplichtig is.
De hoofdfunctie van een abri is een wachtlocatie voor busreizigers, reclame op de abri is een nevenfunctie.Er wordt daarom een onderscheid gemaakt tussen vergunningverlening voor de abri en de reclame aangebracht op de abri.
Artikel 4.7.2 eerste lid APV bepaalt dat er zonder vergunning geen handelsreclame mag worden gemaakt. Op grond van het tweede lid sub e is het eerste lid niet van toepassing op inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer. Hierbij moet gedacht worden aan informatie over vertrektijden. Reclame niet ten dienste van het vervoer is onderworpen aan een vergunning op grond van de APV. Abri’s zijn niet vergunningsplichtig, maar de reclame aangebracht op de Abri’s wel. Vergunningverlening dient derhalve plaats te vinden op grond van art 4.7.2. van de APV.
In het contract is opgenomen dat het bedrijf de abri’s plaatst, onderhoudt en schoonmaakt. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen is er één model. In ruil voor het plaatsen en onderhouden van deze abri’s mag er reclame gemaakt worden in een abri. Dat mag met één verlichte tweezijdige vitrine in de zijwanden of in de achterwand.
Voorschriften voor abri’s:
Eén verlichte vitrine, eventueel aan twee zijden voorzien van posters;
Maximale afmetingen: 1250 x 1850 mm.;
Geen uitstraling naar huizen.