Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Dichtstbijzijnde toegankelijke school

Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Hollands Kroon 2021

1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school die het meest passend is bij de leerling. Wanneer er zwaarwegende belangen zijn bij de gewenste richting van de school vanuit godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging kan hier ook rekening mee worden gehouden. 2. Wanneer niet de dichtstbijzijnde school wordt bezocht en dit voor de gemeente extra kosten geeft, wordt voor deze extra kosten geen vergoeding verstrekt aan de ouders / verzorgers, behoudens in de volgende gevallen: a. Wanneer de leerling vanwege een wachtlijst bij de dichtstbijzijnde school naar een verder weg gelegen school vervoerd moet worden, worden de volledige vervoerskosten vergoed tot het moment dat de leerling bij de dichtstbijzijnde toegankelijke school geplaatst kan worden. Er wordt dan een tijdelijke beschikking afgegeven naar de verder weg gelegen school; of b. Bij verhuizing in het laatste of voorlaatste schooljaar, kan een leerling op de huidige school blijven als de afstand tussen de huidige school en dichtstbijzijnde school niet meer bedraagt dan 10 km extra. 3. Binnen het regulier onderwijs dient ook voor hoogbegaafde leerlingen een passend onderwijsaanbod gegeven te worden. a. Aanvragen naar specifieke scholen voor hoogbegaafde leerlingen worden in beginsel afgewezen. Ouders dienen aan te tonen dat alle dichterbij gelegen scholen niet toegankelijk zijn voor de leerling. Hierbij is in ieder geval een verklaring van de scholen nodig dat zij niet toegankelijk zijn voor hoogbegaafden. De ouders moeten aantonen door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind in de dichtstbijzijnde school niet tot het onderwijs is toegelaten. Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. Vervoer van hoogbegaafde leerlingen is alleen mogelijk als de ouders aantonen dat de leerling is aangewezen op voltijds hoogbegaafden onderwijs, en aan de overige vereisten van de verordening is voldaan. b. Onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde lid, sub a, kan een vervoersvoorziening slechts worden toegekend voor de afstand naar de dichtstbijzijnde school.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel